02. De Tubanten

Zeker al sinds de late Bronstijd (plm. 1000 v. Chr.) wordt het noordwesten van Europa bevolkt door Germaanse stammen. In de eerste eeuwen na het begin van de christelijke jaartelling staan zij – in de terminologie van geschiedschrijvers uit het Romeinse rijk, dat dan vrijwel de gehele beschaafde wereld in Europa omvat – bekend onder verzamelnamen als Friezen, Franken en Saksen. Al deze groeperingen zijn oorspronkelijk afkomstig uit het noorden van Duitsland en uit de omgeving van de Oostzee. Tussen de stamverbanden lijken weinig onderlinge verschillen in religie, taal en leefgewoonten.

Voor Twente zijn vooral van belang de Franken en de Saksen. Tot de Frankische stammen worden onder meer gerekend de Tubanten, de Chamaven en de Saliërs of Salische Franken (de naam Salland zou op deze laatste stam terug te voeren zijn).

Van de Frankische stammen is bekend dat zij in de loop van de eeuwen naar het zuiden afzakken. In 240 overschrijden zij de limes, de grens van het Romeinse rijk, die dan ligt bij de grote rivieren. Het noorden van Frankrijk wordt op den duur hun kerngebied. Vanaf plm. 500- het Romeinse rijk is dan al ter ziele gegaan- is er sprake van het Frankische rijk, met onder meer koning/keizer Karel de Grote (768-814).

De verhoudingen tussen de Romeinen en de noordelijker wonende stammen zijn wisselend. In een poging de grens van het Romeinse rijk naar het noorden te verleggen lijdt de Romeinse generaal Varus in het jaar 9 tegen de Germanen een gevoelige nederlaag bij – naar wordt aangenomen – Kalkriese ten noorden van Osnabrück. Ook trekken de Romeinen meermalen met een strafexpeditie de rivier de Ems op.

Opgravingen wijzen echter ook uit  dat  veelvuldig ruilhandel plaats vindt. Dat blijkt uit vondsten van Romeinse munten en van beeldjes van Romeinse goden.

Ook treden leden van Germaanse stammen in Romeinse krijgsdienst.

Zo staat op twee zuilen in een Romeinse tempel in de Muur van Hadrianus (Groot Brittannië) een inscriptie die verwijst naar Tuihanti (Tubanten) die vrijwillig deel uitmaken van een Friese ruiterafdeling in het Romeinse leger. Zij noemen zich Germaanse onderdanen.

In de 9e eeuw worden de oostelijke gewesten in hoofdzaak bevolkt door oorspronkelijk in het noorden van Duitsland wonende stammen als de Chauken en de Ampsivaren. Met nog andere stammen staan zij naderhand bekend als Saksen. Hun kerngebied is het huidige Niedersachsen. In het latere Oost-Nederland reikt het Saksische taalgebied uiteindelijk tot in de Achterhoek en tot over de IJssel.

In de praktijk zal in Twente sprake zijn geweest van een gemengde bevolking, waaronder  ook afstammelingen van de oorspronkelijke streekbewoners. Cultuurhistorisch gezien kregen echter Nedersaksische dialecten de overhand en komen Twentse gebruiken in belangrijke mate met die in andere streken waar Saksische stammen wonen.