05. Kerstening van Twente

In de 8e eeuw worden de Saksische gebieden, waaronder Twente, veroverd door de Frankische koningen, die hun rijk zien als de voortzetting van het Romeinse keizerrijk. Het verzet van de Saksische stammen wordt gebroken in een reeks veldtochten, bekend onder de naam Saksische oorlogen. In 804 wordt de Vrede van Selz gesloten.

Eerder al – in 785 – gaat de belangrijkste Saksische leider Widukind (zoon van het woud) om politieke redenen over tot het christendom, de staatsgodsdienst in het Frankische rijk.

In het kielzog van de Frankische veroveraars worden de onderworpen stammen, althans hun voormannen, collectief gekerstend door predikers die worden uitgezonden door de bisschoppen van Utrecht. De bekendste zijn Willibrord en Bonifatius. In Twente zijn onder meer de missionarissen Plechelmus, Marcellinus en Lebuïnus actief.

Zij stichten hun kerken veelal op plaatsen waar ook al een voorchristelijk heiligdom staat, te weten bij grote bomen, dikke stenen, bij een bron of bij stromend water. In 601 gelast paus Gregorius de Grote christelijke kerken juist daar te bouwen of eventueel een bestaand gebouw opnieuw te wijden. Karel de Grote bevestigt in 789 die opdracht.

De volledige overgang naar een nieuwe godsdienst (heidense symbolen en rituelen krijgen overigens niet zelden een nieuwe – christelijke – betekenis), zal enkele eeuwen hebben geduurd. Het heidense geloof blijft, ook al vanwege het analfabetisme van de meeste inwoners, nog eeuwenlang herkenbaar, onder meer in volksverhalen over witte (=wijze) wieven, heksen en spoken. De betekenis van het gevelteken aan Twentse boerderijen kan dan ook zowel vanuit een heidense, als vanuit een christelijke achtergrond worden verklaard.

De huidige romaanse kerk op de Oude Markt, met toren, is gebouwd rond het jaar 1200. Een eerdere stenen kerk, die mogelijk ook verdedigbaar is geweest, zou dateren uit het jaar 1000. Wellicht was de allereerste kerk een houten gebouw.  Zeker van die kerk is niets teruggevonden.

Het is dus onbekend in welk jaar de stichting van een Enschedese parochie heeft plaatsgevonden en ook niet wie de stichter wast. De eerste kerk in Oldenzaal dateert echter al uit 765. Die in Enschede zal mogelijk uit dezelfde periode stammen..

Bij de kerk ligt een begraafplaats voor de inwoners van alle buurschappen van Enschede.

De kerk in Enschede is weliswaar georiënteerd, op het oosten gericht, maar de oost-westas wijkt enkele graden af, zodat de zon op 25 augustus op het altaar valt. Genoemde datum is de patroonsdag van St. Gregorius, aan wie de kerk in eerste aanleg is toegewijd. De naam van St. Jacobus de Meerdere, de huidige schutspatroon van Enschede, wordt eerst in de 11e eeuw voor het eerst genoemd.

De kerk is gelegen in de nabijheid van de ‘doomshof’, de hoofdhof van de Esmarke, tevens de zetel van de markerichter, in later eeuwen meestal ook wel aangeduid als de heer van Enschede.

Door aankoop en verkoop van de heerlijke rechten bekleedt ook de bisschop van Utrecht in de middeleeuwen die functie in een aantal marken, waaronder de Esmarke.

De bisschop van Utrecht, onder wie de parochie kerkelijk ressorteert, is dus niet alleen een geestelijk leider; in de 11e eeuw verkrijgt hij van de Duitse keizer zelfs de volledige wereldlijke macht in het gehele Oversticht.