06. De grenzen van Enschede

De vijf marken van Lonneker liggen van oudsher in het oosten en het zuiden aan de grens van het bisdom Utrecht met het bisdom Münster. Beide bisdommen dateren al uit de tweede helft van de 8e eeuw.

In de jaren 843-870 vormt de grens ook de scheiding tussen het Lotharingse en het Oost-Frankische rijk.

Als in de 11e eeuw in beide bisdommen de bisschop ook wordt aangesteld als leenman van de Duitse keizer heeft de grens, behalve een kerkelijke, opnieuw een staatkundige betekenis. Gesproken wordt dan over prinsbisdommen en prinsbisschoppen.

Het beloop van de scheidingslijn is ter hoogte van Enschede in de loop van eeuwen nooit echt gewijzigd.

De grens loopt door moerassig gebied: namen als Aamsveen, Witteveen en Haaksbergerveen geven dat al aan. Een naam als Smalenbroek verwijst ook naar de broeklanden aan de grens.

Er zijn twee belangrijke overgangen tussen beide gebieden.

Bij het huidige Glanerbrug is – ongeveer op de plaats van de tegenwoordige Moorhof – een voorde (doorwaadbare plaats) in de Glanerbeek. Bij de Knallhütte loopt een weg over de stuwwal in de richting Alstätte.

In de 9e en 10e eeuw is in het Aamsveen, ter plaatse van de tegenwoordige Holterhof, sprake van een walburg, een versterking. Nadere bijzonderheden zijn daarover niet bekend.

Vormen de vijf marken in kerkelijke termen een parochie of ook wel kerspel; hetzelfde gebied vormt ook het richterambt Enschede binnen het (latere) drostambt Twente.

In de marken geldt het landrecht. Binnen het richterambt kent de stad Enschede na 1325 een eigen vorm van rechtspraak, het stadrecht. Zowel het stad- als het landrecht is afgeleid van de Lex Saxonum, het door Karel de Grote ingevoerde rechtstelsel.

Het richterambt Enschede grenst in het noorden aan dat van Oldenzaal, in het westen aan het rechtsgebied Delden en in het zuidwesten aan dat van Haaksbergen, dat een eigen drostambt vormt.

De grenzen tussen al deze gebieden worden in de loop van de tijd ook afgebakend met stenen of palen. Marke- of loakstenen geven ook nu nog de grenzen tussen de marken aan; aan de tegenwoordige rijksgrens staan genummerde grenspalen, aangevuld met hulpstenen.

De rijksgrens is – na de totstandkoming van de Republiek der Verenigde Nederlanden in 1648 – vastgelegd in een overeenkomst tussen de staten van Overijssel en het prinsbisdom Münster.

De oorspronkelijk houten palen zijn in 1773 vervangen door stenen exemplaren (momenteel 82 stuks).

In 1816 wordt een grensverdrag gesloten tussen het nieuwe Koninkrijk der Verenigde Nederlanden en het koninkrijk Preussen.

De ligging van Enschede aan de grens heeft waarschijnlijk ook geleid tot de plaatsnaam ‘Anescethe’ die in 1119 voor het eerst in een document voorkomt. De naam zou uitgelegd moeten worden als ‘aan de scheiding’.