19. De Franse Tijd

Aan het eind van de 18e eeuw is er sprake van een reeks structurele wijzigingen in de binnenlandse staatkundige verhoudingen.

Vanuit de burgerij, die in die periode wordt geïnspireerd door de ideeën van de Verlichting, wordt onder meer krachtig gepleit voor een scheiding tussen de wetgevende, de uitvoerende en de rechterlijke macht. Al deze functies kunnen dan nog verenigd zijn in een enkel college, zoals bijvoorbeeld het stadsbestuur van Enschede.  In de Republiek ontstaan in de loop van de jaren twee partijen: de Patriotten, die – gesteund door Frankrijk-  uit zijn op staatkundige veranderingen en de Prinsmannen, de aanhangers van stadhouder Willem V, die in feite geen enkele verandering willen.

In het begin van 1795 vindt de Omwenteling plaats: de Nederlanden worden ingenomen door Franse troepen, die als bevrijders worden verwelkomd. In Enschede wordt op 25 februari 1795 een meiboom op de markt geplaatst, bekroond met de Frygische muts. Minder aantrekkelijk is dat de Fransen aanvankelijk de Grote Kerk inrichten als paardenstal. De preekstoel en de kerkbanken worden opgestookt. Later is er een kazerne in de Kalanderstraat.

In 1798 wordt de Republiek der Verenigde Nederlanden opgeheven en vervangen door de Bataafse Republiek.  In 1806 wordt Nederland een koninkrijk, met Lodewijk Napoleon, een broer van de Franse keizer, als koning. Lodewijk Napoleon bezoekt Enschede op 7 maart 1809.  In juli 1810 wordt het koninkrijk opgeheven en Nederland ingelijfd bij Frankrijk.

Het gewest Overijssel heeft in deze periode qua omvang vrijwel geen wijzigingen ondergaan. Wel is het enkele jaren lang nog uitgebreid met Drenthe. Het gewest wordt uiteindelijk een Frans departement, onder de naam Des bouches de l’Issel/De monden van de IJssel. In 1810/1811 heeft ook het Duitse arrondissement Steinfurt nog tot Overijssel behoord.

Op 18 november 1813 wordt Enschede bevrijd door een afdeling Kozakken, die behoren tot een geallieerde legermacht van onder meer Pruisische en Zweedse troepen. In de loop van december volgen nog 15.000 militairen op doortocht.

Er is weinig bekend over het dagelijks leven in de stad in de Franse tijd. De weinige – tweetalige – kranten dienen vooral voor het bekendmaken van overheidsmededelingen, van veilingen, e.d.

In februari 1807 krijgt de bevolking van Enschede – na voorafgaand klokgelui – een officiële waarschuwing wegens ‘verguizing van ’s Lands ambtenaren’, als zowel een belastingambtenaar als de gemeentesecretaris door het volk zijn bespot. Voor het huis van de ene wordt zogenaamd geëxerceerd met houten geweren; aan het huis van de secretaris wordt een ‘schilderije aangebracht, twee varkens indicerende’.

Er is – anders dan elders in Twente – geen informatie over protesten tegen de conscriptie, de inlijving van dienstplichtigen in het Franse leger, die onder meer worden ingezet tijdens de veldtocht naar Rusland.

Het karakter van de Enschedese  ambachtelijke nijverheid, waar nog vooral wordt geproduceerd ‘in detail en voor eigen nooddruft’, maakt dat de economische gevolgen van de Franse bezetting in het oosten van Nederland meevallen. De Engelse concurrentie is weggevallen; de inlijving bij Frankrijk maakt dat er met dat land geen belemmerende binnengrenzen meer zijn.

Tot de maatregelen die in de Franse tijd worden genomen behoort de vorming van gemeenten, ook op het platteland. Per 28 november 1811 wordt de gemeente (mairie) Lonneker ingesteld, bestaande uit de marken van Enschede, uitgezonderd de stad zelf en de Esmarke. Die gebieden vormen de mairie Enschede. Lonneker telt 3500 inwoners; Enschede (zonder de Esmarke) plm. 1200.

Grenswijzigingen tussen beide gemeenten zijn er in deze eeuw in 1818, 1881 en 1884. In beide laatstgenoemde jaren gaan delen van de gemeente Lonneker over naar de gemeente Enschede. Tussen 1818 en 1881 wordt de grens van de gemeente Enschede binnen de gemeente Lonneker gemarkeerd door zes zgn. ‘wigboldpalen’. De palen zijn in 2009 opnieuw geplaatst.

Leden van de gemeenteraden worden (na 1813) voor het leven benoemd uit de ‘goedste en gevroedste’ ingezetenen, die bovendien een tijd in de gemeente moeten hebben gewoond. Raadsvergaderingen zijn niet openbaar.

Tot de belangrijke wijzigingen in de Nederlandse samenleving, ontstaan in de Franse tijd, behoren nog het invoeren van een eenduidige spelling van de Nederlandse taal, de scheiding van kerk en staat, de oprichting van openbare scholen, de invoering van nationale wetboeken, de invoering van het kadaster (1812, gereed plm. 1832), de invoering van de burgerlijke stand (en het kiezen van een achternaam); in 1816 nog de decimalisering van het geldstelsel en in 1820 de invoering van een stelsel met uniforme maten en gewichten. Een uniforme tijd is er in Nederland pas sinds 1909.