21. De familie Van Heek

Stamvader van de, van oorsprong uit het Münsterland afkomstige, Nederduits Gereformeerde familie Van Heek is Hendrik Jan van Heek. Hij treedt in 1778 in het huwelijk met Engelbertha Lasonder, die behoort tot de Enschedese elite. Sedert eeuwen bekleden haar voorouders allerlei bestuursfuncties in de stad.

Hendrik Jan is fabrikeur. Hij bleekt, verft en kalandert de van de boeren opgekochte stoffen in eigen beheer op de Van Heeksbleek, in 1780 aangelegd nabij Het Wageler. De stoffen worden vervolgens elders vermarkt. Hij handelt ook in bombazijn.

Na zijn dood in 1809 wordt het bedrijf geleid door zijn zoons Helmich en Gerrit Jan. De samenwerking tussen de broers verloopt moeizaam. Na hun overlijden ontstaan dan ook twee afzonderlijke firma’s: in 1858 die van de zoons van Helmich, te weten Hendrik Jan en Gerrit Jan, onder de naam Van Heek & Co; in 1859 die van de zonen van Gerrit Jan onder de naam Gebroeders Van Heek.

Van Heek & Co ontwikkelt zich dermate voorspoedig dat de firma zich rond de wisseling 19e/20e eeuw heeft ontwikkeld tot de grootste industriële onderneming van Nederland met 6.000 werknemers. De fabrieken strekken zich uit vanaf de Noorderhagen in het stadscentrum langs de spoorlijn naar Gronau tot voorbij de latere Oliemolensingel. Er staan onder meer spinnerijen en weverijen. In Boekelo is een eigen blekerij. De achtereenvolgende firmanten behoren tot de rijkste inwoners van Enschede. Stamhuis van de familie is ‘Het huis met de hoge stoep’ aan de Oude Markt, nu een restaurant.  Ernaast verrijst het hoofdkantoor van Van Heek & Co.  Tot 1940 vertrekt elke zaterdag vanuit dit kantoor een bode met een tweewielig karretje, waarin de loonzakjes voor het personeel. Het karretje bevindt zich tegenwoordig in museum TwentseWelle.

Aan Van Heek & Co wordt bij het 100-jarig bestaan in 1958 het predicaat ‘koninklijk’ toegekend. In 1966  wordt het bedrijf echter door de directie geliquideerd, als gevolg van de teloorgang van de maakindustrie, waaronder de textielnijverheid, in Nederland.

De fabriek Gebroeders Van Heek wordt in 1859 gevestigd op het Schuttersveld, tot dan het landgoed van Charles De Maere. Er worden zowel een spinnerij, als een weverij, ververij en kalanderij gebouwd.

De fabriek (Van Heek Schuttersveld)  produceert in de loop van de jaren allerlei soorten  stoffen, veelal voor de export, maar wordt in een latere fase bij het publiek vooral ook bekend door zijn ribcord-  of Manchester stoffen. In 1959 verkrijgt ook de firma Gebroeders Van Heek het predicaat ‘koninklijk’. Na een aantal fusies wordt het bedrijf in 1981 gesloten. De lange muur aan de Tubantiasingel herinnert aan de voormalige fabriek. De holding bestaat overigens nog steeds.

Een derde toonaangevend concern onder de naam Van Heek is de in 1897 door Gerrit Jan van Heek, samen met zijn zoon Jan Herman van Heek, opgerichte firma G.J. van Heek Rigtersbleek. De naam is ontleend aan de al in 1862 aangekochte blekerij ter plaatse, gesticht door de Enschedese ‘rigter’ (rechter) Willem Greve.

Voor  Van Heek Rigtersbleek verrijst een moderne spinnerij en weverij aan de Goolkatenweg.  De nabij gelegen toegangsweg tot de latere wijk Twekkelerveld wordt naderhand de G.J. van Heekstraat genoemd.

Hoewel de fabriek aanvankelijk uitsluitend voor de export werkt, wordt vanaf de twintiger jaren van de 20e eeuw ook voor de binnenlandse  markt geproduceerd en wordt geprobeerd kwalitatief en kwantitatief minder afhankelijk te worden van de aanvoer van garens. Hiertoe wordt op een naastgelegen terrein onder meer de spinnerij  ‘Oosterveld’ opgericht.

Leden van de familie Van Heek hebben tientallen jaren een prominente rol gespeeld in Enschede. Niet alleen vanwege hun ‘verwevenheid’ met de toonaangevende textielindustrie,  maar ook op bestuurlijk, cultureel en wetenschappelijk vlak.

Te noemen valt de schenking in 1874 aan de Enschedese bevolking van het Volkspark, zij het niet in de laatste plaats mede ‘om een geschikte gelegenheid tot ontspanning te scheppen en het bezoek aan kroegen en dus het drankmisbruik tegen te gaan’.

In 1892 laat Van Heek & Co een zwem- en badinrichting bouwen aan de Zuiderhagen (nu Van Heekplein). Het is het tweede overdekte bad in Nederland, bedoeld als (gratis) voorziening voor het eigen personeel; echter ook voor anderen (tegen betaling) toegankelijk. Het badhuis is pas in 1972 gesloten.

Jan Bernard van Heek, gehuwd met de Amerikaanse Edwina Ewing, is een groot liefhebber van kunst en (streek)geschiedenis. Hij nam het initiatief tot de oprichting  van de Oudheidkamer Twente (1905) en is de initiator van het latere Rijksmuseum Twenthe. Na zijn overlijden in 1923 is het project door zijn broer Jan Herman van Heek tot een goed einde gebracht. Het museumgebouw is door de familie Van Heek gefinancierd en ingericht en vervolgens overgedragen aan de Staat der Nederlanden (1930). De kunsthistoricus J.H. van Heek is de eerste directeur.

De voorliefde van Jan Herman van Heek voor (monumentale) kunst manifesteert zich ook in de restauratie (op eigen kosten) van de Gelderse kastelen Bergh en De Doornenburgh.

De socioloog  F. van Heek wordt in 1947 hoogleraar in Leiden. Hij wordt vooral bekend door zijn onderzoek naar ’stijging en daling op de maatschappelijke ladder’.