27. Begraafplaatsen in Enschede

Van de in totaal 25 uit de historie bekende algemene en bijzondere begraafplaatsen in Enschede en Lonneker  zijn er nog negen in gebruik, terwijl drie andere nog als zodanig herkenbaar zijn.  Van de vijf bijzondere begraafplaatsen op eigen grond (te weten op het eigen landgoed) dateert de eerste uit 1784 (op landgoed De Kotten), voor de jongste familiebegraafplaats is nog in 2009 een vergunning verleend.  Deze begraafplaatsen blijven verder buiten beschouwing.

Als in alle andere plaatsen met meer dan 1.000 inwoners is het sinds 1829 bij wet verboden nog te begraven in kerken en op begraafplaatsen binnen de (toenmalige) bebouwde kom. Voor Enschede betekent het dat in de Grote Kerk en op het kerkhof niet meer begraven mag worden.

Als op 31 december 1828, ’s avonds om 11 uur, schoolmeester, voorlezer en voorzanger Hermannus Verbeek in de Grote Kerk wordt bijgezet, eindigt daarmee dan ook een praktijk van eeuwen.  Geestelijken en andere notabelen werden in de kerk zelf begraven, tegen meerkosten dicht bij het altaar; alle anderen op het kerkhof.  Ruimtegebrek was er overigens niet zelden de oorzaak van dat  van een langdurige grafrust niets terecht kwam.

Enschede opent in 1829 een nieuwe begraafplaats aan de huidige Espoortstraat. In 1924 vindt sluiting plaats. Door toedoen van de Historische Sociëteit Enschede-Lonneker zijn alle graven geïnventariseerd en is het terrein als parkje ingericht.  In de zomer vinden er concerten plaats.

Hetzelfde geldt voor de begraafplaats van de gemeente Lonneker, het ‘Boerenkerkhof’ aan de Deurningerstraat. Het kerkhof wordt – eveneens na een inventarisatie door de Historische Sociëteit – verzorgd door de wijkraad  Lasonder – Zeggelt. Het Boerenkerkhof is gesloten in 1954.

Beide begraafplaatsen zijn vervangen door de veel grotere Oosterbegraafplaats uit 1899 (12 ha) en de Westerbegraafplaats uit 1921 (10 ha).  In Glanerbrug ligt nog de particuliere, eveneens algemene,  begraafplaats ‘Doodenzorg’ uit 1905.

De in 1861 geopende r.-k. begraafplaats aan de Espoortstraat is gesloten in 1929 en geruimd in 1989. Op het terrein zijn woningen gebouwd.  De vervangende begraafplaats aan de Gronausestraat is gereed gekomen in 1927.  Er wordt echter momenteel alleen nog begraven in bestaande grafruimten.

Begraafplaatsen in eigendom van kerkgenootschappen zijn ook die bij de kerk van Lonneker (1828), de r.-k. kerk in Boekelo (1930) en die van de  Hervormde Gemeente in Usselo (1879).  De laatste heeft in de praktijk de functie van een algemene begraafplaats.

De kloosterbegraafplaats in het Redemptoristenpark (1922) is gesloten in 1969, maar niet geruimd; die van het klooster Dolphia  heeft bestaan van 1938-1971. Dit kerkhof is wel geruimd.

Joodse begraafplaatsen lagen aan de Molenstraat (1792) en aan de Kneedweg (1841- 1928). Bij de ruiming van de begraafplaats aan de Molenstraat in 1947 (onder rabbinaal toezicht) heeft de gemeente Enschede zich verplicht door middel van een gedenkplaat de vroegere bestemming van het terrein in herinnering te houden.  Aan die verplichting is tot op heden evenwel niet voldaan.

De huidige Joodse begraafplaats aan de Noord Esmarkerrondweg dateert uit 1927.

Een kerkhof voor minvermogenden, daklozen en zwervers , het arme lui’s kearkhof’ lag van 1846 – 1910 aan de Hengelosestraat onder de niet-officiële naam ‘Kozakkenkerkhof’.  Nu resteert nog de naam van een parkje en speeltuin.  De naam is ontleend aan een Enschedese begeleider van het Kozakkenleger in 1813 die er lag begraven, maar die al bij leven ‘de kozak’ werd genoemd.

Kijk hier voor meer informatie over Enschedese begraafplaatsen