32. Sportverenigingen en -accommodaties

De eerste berichten over het beoefenen van sport in Enschede dateren uit 1866, wanneer wordt gesproken over het geven van gymnastiekonderwijs.

Eerder zal ook in Enschede sprake zijn geweest van klootschieten, mogelijk in wedstrijdverband, maar daarover zijn geen gegevens bekend. We weten ook niet van plaatsen waar gezwommen wordt of waar ’s winters wordt geschaatst op ondergelopen land.

Het eerste gymnastieklokaal is een kamer in het weeshuis aan de Oldenzaalsestraat: 8 x 4 meter, bij een hoogte van 4.5 meter. Het lokaal bevat een paar ringen, klimtouwen en klimstokken. Gymnastiekonderwijs, zoals in dit geval verbonden aan de Twentse Industrie- en Handelsschool, wordt nog niet zozeer gezien als sportbeoefening, maar meer als een mogelijkheid tot het bevorderen van gezondheid en hygiëne.

In 1878 wordt de gymnastiek- en schermvereniging opgericht: Achilles. De vereniging maakt gebruik van het eerste echte gymnastieklokaal (1879). In de loop der jaren komen er meer verenigingen: Hercules (1903), Sport Staalt Spieren (1906), Sparta (1911) en de gymnastiekverenigingen voor dames Hygiëa (1908) en Hebe (1913).

In 1885 wordt de ijsclub Vooruit opgericht ‘met een hygiënisch doel’. Geschaatst wordt op de gracht van huize Schuttersveld of op de vijver in het Volkspark. Van de Staatsspoorwegen wordt grond gehuurd voor een ijsbaan op de spoorsloot achter de huidige IJsbaanweg. De ijsbaan wordt in 1903 gesloten omdat het afvalwater van de fabrieken, dat door de spoorsloot loopt, te slecht ijs oplevert. Het zelfde geldt voor een ijsbaan op de Stadsweide, die wordt bevloeid met rioolwater. De ijsvereniging wordt in 1907 opgeheven.

Vanaf 1918 worden de tennisbanen in het Volkspark in de winter als ijsbaan gebruikt. Later volgen rond de stad en in de dorpen andere ijsbanen. Nieuwe ijsclubs zijn rond 1920 De Volharding en de Friese vereniging ‘Fier fen Hüs’ (Ver van huis).

De voetbalsport wordt vanuit Engeland naar Enschede gebracht door Bernhard van Heek, die in 1885 de Enschedese Footballclub opricht. In hetzelfde jaar is er ook de voetbalclub Prinses Wilhelmina. De clubs fuseren al in 1888 tot de EFC Prinses Wilhelmina ofwel PW (de ‘sorryclub’). In de clubs zijn vooral de zonen van de Enschedese industriëlen actief. Gevoetbald wordt achtereenvolgens op het landgoed Het Amelink, daarna op Het Pott en tenslotte in het Volkspark.

Door de gymnastiekbeoefenaars wordt de voetbalsport in die periode gezien als een ‘te eenzijdige beweging, als een inspanning die de gezondheid ondermijnt en als zedelijk en lichamelijk nadelig’.

Een groep schooljongens van 15-16 jaar richt in 1906 een voetbalvereniging op  die in 1909 de naam Enschedese Boys krijgt. De club huurde vanaf 1912 een veld op het Volkspark, waar het sinds 1923 zijn hoofdlocatie heeft. In 1956 verhuizen ze naar het Van Heekpark. Enschedese Boys voetbalt meestal in een hoge Nederlandse klasse.

In 1910 ontstaat uit een fusie tussen de voetbalverenigingen Hercules (1898) en Phenix (1903) de Sportclub Enschede. Na zes jaar bereikt men de hoogste klasse en behoudt die status 49 jaar (tot 1965). Sportclub Enschede heeft in schitterende voetbalgeschiedenis. Van 1956 tot 1965 speelt de club – tot 1960 met Abe Lenstra en van 1960 tot 1963 met Helmut Rahn – in de eredivisie.

Inmiddels is in 1918 door de gelijknamige fabrikant aan de gemeente het G.J. van Heekpark geschonken. In het park wordt onder meer een voetbalveld aangelegd, samen met een algemeen sportveld, een voetbalveld, acht tennisbanen, een clubhuis en een kinderspeeltuin. Sportclub Enschede speelt van 1918 tot 1956 in het Van Heekpark. Beroemde Sportclub-spelers als Gerrit Nagels en Henny Möring kwamen voor het Nederlands elftal uit. Sportclub Enschede werd in 1926 kampioen van Nederland (in 2010 gevolgd door FC Twente) en behaalde vijf Oostelijke kampioenschappen.

Enschede krijgt in 1956 een nieuwe ‘moderne sportaccomodatie’, Sportpark Erve Diekman, waar dan sprake is van een complex met openluchtzwembad, een voetbalstadion (22.000 plaatsen) met sintelbaan, velden voor voetbal, korfbal en hockey. Het Diekman-stadion functioneert tot 1998 als decor voor de Eredivisieclubs Sportclub Enschede (1956-1965) en FC Twente (1965-1998) en wordt dan opgevolgd door het Arkestadion, dat eigendom is van de eredivisieclub FC Twente, opgericht in 1965. De club is ontstaan na een fusie van de eerste elftallen van Sportclub Enschede en Enschedese Boys, die elk als amateurclub door de jaren heen zijn blijven bestaan, evenals vele andere voetbalclubs, zoals De Tubanters (1897), Phenix (1901) Rigtersbleek (1910) en UDI, van oorsprong een vereniging van Drentse immigranten (1933).

Cricketclubs dateren uit het laatst van de 19e eeuw. In Enschede geldt dat voor de vereniging Blauw Wit  die in 1886 wordt opgericht. De enige nog bestaande club is PW-cricket, dat in 1935 en 1939 landskampioen wordt. Tot 1964 speelt de club in de eerste klasse.

Wielersport wordt in Enschede bedreven sinds 1890, als men wedstrijden houdt op met kolengruis verharde wegen. Onder de liefhebbers bevindt zich ook burgemeester Edo Bergsma, oprichter van de ANWB. Toch duurt het tot eind twintiger jaren van de 20e eeuw voor de wielerclub Het Oosten wordt opgericht. Men maakt gebruik van een 300 m. lange wielerbaan op beton ter hoogte van de huidige Boswinkelbeekweg/Disselhoek. De wielerbaan is in 1934 definitief gesloten. Het Oosten bestaat nog steeds en heeft haar domicilie bij de Sportboulevard Zuid.

In 1897 wordt de Enschedese Lawntennisclub opgericht. De club gaat uit van industriëlen en tennist in het Volkspark. Er zijn twee betonnen banen met een eenvoudige schuilgelegenheid. Kleedkamers zijn niet nodig: men tennist in dagelijkse kleding (de dames in jurken); heren trekken hooguit hun jasje uit.

In de loop van de 20e eeuw ontstaan meerdere tenniscomplexen en tennishallen, waar eventueel ook door particulieren banen kunnen worden gehuurd.

De eerste korfbalvereniging DOS (Door Oefening Sterk) dateert uit 1910. De korfbalvereniging Naäs is van 1923. In de loop van de jaren strijden beide clubs om de hegemonie in Enschede, die zij afwisselend weten te bereiken.

De oudste hockeyclub in Enschede is DKS (De Kromme Stok, 1920). Men speelt van 1933 – ca 1990 op de velden aan de Kotkampweg. Afzonderlijke spelers van DKS en van PW-hockey doen mee aan verscheidene Olympische spelen. EHV heeft jarenlang de hockey-hegemonie van Enschede bepaald.

Aan het eind van de 20e eeuw worden in Enschede zeker nog zo’n 50 andere sporten beoefend, al dan niet in verenigingsverband. Te denken valt aan badminton, biljarten, boksen, bowlen, golf, volleybal, basketbal, (zaal)handbal, honkbal, squash, watersport, paardensport, wandelen, vliegen. en nog andere. Ook denksporten kennen eigen verenigingen: dammen, schaken, mahjong, go.

De verscheidenheid is nog bevorderd door de vestiging van instellingen als de UT en het ITC. De animo voor teamsporten neemt in de loop van de jaren af.

Aan het zwemmen is een afzonderlijke paragraaf gewijd.