33. Sportverenigingen en -accommodaties 2

Het wel en wee van de zwemclubs in Enschede hangt uiteraard nauw samen met de aanwezigheid van zwembaden en andere gelegenheden om verantwoord en veilig te zwemmen.

De zwembaden zoals wij die nu kennen worden voorafgegaan door de was- en badinrichtingen. Het zijn niet zozeer recreatieve voorzieningen, als wel inrichtingen in het kader van de bevordering van hygiëne en volksgezondheid. Pas in 1952 wordt de aanwezigheid van een lavet, later douche, ook in de sociale woningbouw verplicht gesteld. Eerst daarna worden de badhuizen overbodig.

Enschede krijgt – als eerste gemeente in Overijssel – een ‘bad- en waschhuis’ in 1864. Het is gelegen op een terrein tussen de Beltstraat en de Haaksbergerstraat.  De inrichting blijkt niet rendabel (vooral het gebruik van het washuis blijft achter bij de verwachtingen). In 1874 volgt sluiting.

Pas in 1892 is er sprake van een tweede initiatief, nu van fabrikant G.J. van Heek die aan de Zuiderhagen (tegenwoordig H.J. van Heekplein) een overdekte zwem- en badinrichting laat bouwen, in eerste aanleg bestemd voor het eigen personeel dat er op vrijdag, zaterdag en zondag gratis gebruik van kan maken. Niet-personeelsleden betalen een laag tarief. Het zwembad is in 1972 gesloten en in 1973 afgebroken.

In de twintiger jaren van de 20e eeuw worden in de uitbreidingsplannen van de gemeente ook badhuizen opgenomen. Zo in 1921 aan de Spinnerstraat in de wijk Pathmos, in 1929 in de wijk De Laares en aan de Drienerweg in de wijk Walhof.

Particulier initiatief leidt, nog voor 1930, tot een zwembad bij de huidige Herculesstraat op het Twekkelerveld; in 1930 graven de vaders van de kinderen van de scholen E1 (G.J. van Heekstraat 162) en E2 (Olieslagweg 138) met schop en kruiwagen een bad aan de Jupiterstraat. Elke dag na schooltijd is het bad open voor kinderen tot 14 jaar. Bij toerbeurt houden de ouders toezicht. In 1951 wordt het bad opgeheven.

In 1933 wordt de weg Enschede-Gronau verbreed. Het zand voor de fundering wordt weggehaald aan de Keppelerdijk. Dat leidt tot het zwembad Klein Zandvoort, met de zwem- en poloclub van die naam.

In 1962 blijkt een noodzakelijke renovatie financieel niet mogelijk en moet het bad sluiten. Na de komst van een camping wordt het echter weer geopend. Eenmalige rijks- en gemeentelijke subsidies maken vanaf 1974 dat het bad weer rendabel kan functioneren, nu als onderdeel van Euregiocamping De Twentse Es.

Na de opening van het Twentekanaal in 1936 wordt ook daar gezwommen (en geroeid). Vanaf 1946 is er het zwembad Havenzicht aan de Burgemeester Stroinkstraat (aan de Binnenhaven). Het bad is in 1963 gesloten omdat het terrein niet langer beschikbaar blijkt. Het bad werd gebruikt door verenigingen als de Zwemclub Enschede en De Enschedese Watervrienden. Inmiddels was er het Diekmanbad.

Het bekendste zwembad in Enschede is vele jaren het golfslagbad in Boekelo dat als slagzin voert ‘De zee op de heide’. Het wordt geopend in 1934, samen met onder meer een hotel-restaurant en een kanovijver. Het is ook therapeutisch bedoeld in het kader van de behandeling van huidziekten. In 1985 gaat het bad failliet. Het is nu een vijver.

Enschede telt momenteel drie openbare zwembaden: Aquadrome (Van Deinselaan,1991; met een openluchtbad, 2010), Het Slagman (Park De Kotten, 1976 en De Brug (Schipholtstraat, 1977.