37. Onderwijs in de 20e eeuw

Het Nederlandse onderwijssysteem ondergaat ook in de 20e eeuw ingrijpende veranderingen. In 1900 wordt een leerplicht van zes jaar ingevoerd. Sinds 1972 geldt – na enkele tussenstappen – een leerplicht van 11 jaar.

In 1920 wordt een volledige erkenning en gelijkstelling van het openbaar en het bijzonder onderwijs bereikt. De vrijheid van onderwijs wordt zelfs als grondrecht in de Grondwet opgenomen. Elke groepering die kan aantonen dat voor een bepaalde vorm van onderwijs voldoende belangstelling van ouders bestaat komt in aanmerking voor rijkssubsidie. De ‘verzuiling’ van de samenleving voltrekt zich vooral ook in het onderwijs.

In Enschede is daarnaast ook sprake van buitengewoon of speciaal onderwijs (voor kinderen met een beperking, kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden, langdurig zieke kinderen, etc.).  Er zijn tenslotte scholen met een afwijkend leerplan: Montessori-, Jenaplan- en Freinetonderwijs.

In de 20e eeuw komen op rijksniveau nog tot stand een wettelijke erkenning van het kleuteronderwijs (1955), een alomvattende Wet op het Voortgezet Onderwijs( 1968, de Mammoetwet), een Wet op het Basisonderwijs (1981), wetgeving voor het Hoger Beroepsonderwijs en een Wet Educatie en Beroepsonderwijs (voor het voorbereidend en middelbaar beroepsonderwijs, 1993).

Al deze ontwikkelingen leiden in de loop van de jaren, vooral na WO II, ook in de gemeente Enschede tot een grote variëteit aan onderwijsmogelijkheden, waarbij afzonderlijke scholen niet zelden na verloop van tijd opgaan in grotere eenheden.

In het basisonderwijs worden, behalve openbare, christelijke en katholieke scholen ook gereformeerde, islamitische, interconfessionele, de ESV, ‘vrije’ en internationale scholen opgericht;  in het voortgezet onderwijs komen brede scholengemeenschappen tot stand als het openbare Stedelijk Lyceum, het interconfessionele Bonhoeffer College en het gereformeerd vrijgemaakte Greydanuscollege. R-.k. middelbaar onderwijs is er vanaf 1953;  protestants middelbaar onderwijs vanaf 1955.

Het lager beroepsonderwijs concentreert zich op Twents niveau uiteindelijk in Regionale opleidingen Centra, de ROC’s. Er is ook sprake van een afzonderlijk Agrarisch Opleidingen Centrum (het AOC). Beide opleidingen kennen ook locaties in Enschede.

De oprichting van een Textielschool (1909) gaat vooraf aan die van een hogere Textielschool (de HTexS) in 1918.  Het gebouw ‘De Maere is in gebruik genomen in 1922.

Een Hogere Technische School dateert uit 1945, een R.K. Sociale Academie uit 1950. Er ontstonden ook een Machinistenopleiding (belangrijk voor de geautomatiseerde textiel), lerarenopleidingen, de AKI enz. Veel scholen in het hoger onderwijs gaan uiteindelijk op in de Hogeschool Enschede (1989), na een nieuwe fusie (ingezet in 1993) nu de Saxionhogescholen Oost-Nederland.

Enschede kent verder nog een locatie van de Academie voor Beeldende Kunst en Vormgeving (oorspronkelijk de zelfstandige Academie voor Kunst en Industrie, AKI, opgericht in 1950).

Het huidige Twents Conservatorium is in 1972 voortgekomen uit de TIVO-volksmuziekschool. In de onderwijsondersteunende sfeer is in de 20e eeuw nog sprake van een eigen gemeentelijk Pedagogisch Centrum (19955-1994).

De Stichting Leerplanontwikkeling, die werkt op rijksniveau, dateert uit 1984.

Wetenschappelijk onderwijs doet in Enschede z’n intrede met de vestiging van de Technische Hogeschool Twente in 1962 (de TH staat momenteel bekend als de Universiteit Twente). In de UT is sinds 2010 als zesde faculteit opgenomen het International Training Center, een instituut voor post-doctoraal onderwijs in de aardwetenschappen (geo information science en earth observation). Opgericht in 1950 wordt het in Enschede gevestigd in 1971.