39. Twenthekanalen en vliegveld Twenthe

Al in de 18e eeuw wordt de noodzaak onderkend Twente, met name ook ten behoeve van de opkomende textielnijverheid,  door middel van scheepvaartwegen beter te ontsluiten. In 1771 al laat Carel Georg graaf van Wassenaer Obdam, eigenaar van Twickel, voor eigen rekening een vaart graven van Delden (Carelshaven) tot Enter. De vaart is – alleen in het natte jaargetijde – bevaarbaar voor zompen. Een tocht naar Zwolle duurt een week.

Tussen 1852 en 1858 wordt een kanaalverbinding tussen Zwolle en Almelo, met een zijtak naar Deventer, tot stand gebracht.

Het doortrekken van dit kanaal naar Borne, Hengelo en Enschede blijkt niet mogelijk. Tussen Almelo en Enschede moet een hoogteverschil van 23 meter worden overwonnen. De kosten voor de benodigde sluizen worden te hoog geacht. Wel wordt het kanaal vanuit Almelo doorgetrokken tot Nordhorn.

Het kanaal Almelo-Nordhorn is overigens slechts 6 m. breed en 1.60 m. diep en heeft daarmee eigenlijk al vanaf de aanvang onvoldoende capaciteit. Het is inmiddels als doorgaande vaarweg gesloten.

In het begin van de 20e eeuw slagen samenwerkende gemeenten en de provincie Overijssel erin bij het Rijk de noodzaak van een goede waterverbinding met Hengelo en Enschede aan te tonen.

Niet alleen wordt de vaarweg van belang geacht voor het vervoer van (bulk)goederen, maar ook is de waterhuishouding in Twente er mee gediend.

De vraag is in eerste aanleg om welke verbinding het dan dient te gaan: die met Deventer, met Zwolle, met Zutphen of die met Arnhem. Gekozen wordt uiteindelijk (in 1928) voor de aanleg van het Twenthekanaal naar Hengelo/Enschede met een zijtak naar Almelo vanaf de IJssel bij Eefde. Als gevolg van overheidsbezuinigingen duurt het tot 1930 voor de eerste spade de grond in gaat.

In de toenmalige gemeente Lonneker worden voor de aanleg van het kanaal 455 percelen grond onteigend, alsmede 59 huizen en 2 fabrieken afgebroken.

Op 6 mei 1936 kunnen de eerste schepen Enschede bereiken. In de stad zijn dan een petroleumhaven, een industrie- en een jachthaven aangelegd. Eveneens in 1936 wordt door de gemeente Enschede en 30 lokale fabrikanten opgericht de Scheepvaart-, Expeditie-, Sleepvaart- en Agentuurmaatschappij (de SESAM). Aan de Handelskade–noord worden een kraanbaan, drie grijperkranen, twee stukgoedkranen en de nodige loodsen geplaatst.

Na WO II (1947) vestigt zich aan de haven de N.V. Vredestein bandenfabriek.

In 1952 wordt langs dit bedrijf een nieuwe haventak aangelegd. Het doortrekken van deze tak en daarmee van het kanaal tot het Duitse Mittellandkanaal blijft tot in de tachtiger jaren mogelijk. Op het tracé ligt nu evenwel de A35/N35.

Op de Twenthekanalen varen aan het begin van de 21e eeuw 15.000 schepen per jaar. Daarvan tot Enschede ruim 500 vaartuigen. Naar Enschede worden bouwmaterialen en aardolieproducten vervoerd. De retourvracht betreft oude metalen.

In voorbereiding is een algehele verruiming van de kanalen en de sluizen en het verhogen van de bruggen.

De relatie tussen Enschede en de luchtvaart begint in 1920 als burgemeester Edo Bergsma een gesprek heeft met een vertegenwoordiger van een luchtvaartonderneming die een terrein zoekt voor een vliegkamp. Men beoogt eventueel ook een geregelde vliegdienst tussen verscheidene Nederlandse plaatsen.  Het gesprek leidt tot het uitspreken van een voorkeur voor een terrein in de nabuurgemeente Lonneker.

In dezelfde periode worden de Twentse gemeenten benaderd door de directeur van de in 1919 opgerichte KLM die voor de nog te openen lijn naar Hamburg in Twente een noodlandingsterrein zoekt. Mogelijk opent de KLM daarnaast ook binnenlandse vliegverbindingen.

De gemeenten onderkennen het economisch belang van een vliegveld in de regio en trekken aanvankelijk gezamenlijk op bij het zoeken naar een geschikte vestigingsplaats, c.q. naar de financiering van een vliegveld. Men komt uit op een terrein van 64 ha in de driehoek Hengelo – Oldenzaal – Enschede. De gemeente Almelo trekt zich vervolgens uit het initiatief terug. De verdere ontwikkelingen ondervinden een aanmerkelijke vertraging als gevolg van een crisis in de textielindustrie

De aanleg- en exploitatiekosten van het vliegveld, ondergebracht in de N.V. Luchtvaartterrein Twenthe (1929), komen uiteindelijk voor 58 % voor rekening van de gemeente Enschede, voor 24 % van de gemeente Hengelo en voor Oldenzaal en een aantal andere gemeenten (w.o. Lonneker) naar rato van hun inwonertal.

In 1931 wordt het vliegveld geopend. Burgemeester Bergsma zegt (in zijn functie van  voorzitter van de N.V).: ‘Juist nu in de malaise moeten wij werken aan de verkeersoutillage van Twente ten bate van landbouw, nijverheid en handel… Met de Twenthekanalen, met de straat- en de spoorwegen moet de luchtweg Twente vooruit brengen en vooraan houden in het belang van de welvaart van alle noeste werkers van dit gewest’.

Een stationsgebouw en een hangar worden in 1933 geopend, terwijl nog in 1932 wordt gestart met een dienst Twente-Schiphol, in latere jaren periodiek nog aangevuld met verbindingen met Groningen en Eindhoven. Het resultaat is wisselvallig. De KLM wordt geplaagd door materiaalgebrek (er verongelukken in de jaren dertig zeker vier vliegtuigen) en door concurrentie van de Nederlandse Spoorwegen. In 1939 wordt de dienst op Amsterdam beëindigd om na WO II, eveneens met wisselend succes, nog te worden voortgezet tot het vliegveld in 2007 wordt gesloten. Enschede Airport Twente dient de laatste jaren van zijn bestaan vooral als startpunt voor vakantievluchten naar zuidelijker streken en voor zakelijke vluchten. Er zijn geen lijndiensten. Gemiddeld zijn er 1000 vliegbewegingen per jaar.

Na 1945 is voor de burgerluchtvaart overigens slechts sprake van medegebruik. Van 1945-2007 dient het terrein in hoofdzaak als vliegbasis voor de Koninklijke Luchtmacht. Er is werkgelegenheid voor ca 1.200 werknemers. De geluidsoverlast die de straaljagers veroorzaken wordt echter minder gewaardeerd.

De omvang van het terrein van de vliegbasis is in WO II door toedoen van de bezettende macht gegroeid van 64 tot 1.600 ha. Op de zogeheten Fliegerhorst Twente komen drie startbanen, tientallen hangars en honderden andere gebouwen (die bloot staan aan vele tientallen beschietingen en bombardementen vanwege de geallieerden). Zeker 70 boerderijen en 10 woonhuizen worden afgebroken en honderden percelen landbouwgrond gevorderd.

Het vliegveld Twente is vanaf het begin ook de thuisbasis geweest van de in 1931 opgerichte Twentse Aëroclub en van een zweefvliegafdeling. Daarnaast zijn in de loop van de jaren –  onder doorgaans overweldigende belangstelling – grootse vliegfeesten en –demonstraties gehouden. Op 18 juni 1932 landt op het vliegveld de Graf Zeppelin die dan een ronde maakt boven Nederland.