42. Enschede na de Tweede Wereldoorlog

Boulevardplannen

De oorlog laat Enschede achter met 1218 verwoeste, 250 zwaar beschadigde en 5630 licht beschadigde panden. Het zuiden van de binnenstad is volledig verwoest. Samen met het terrein van de al eerder gesloopte woningen in De Krim biedt het geheel een desolate aanblik. Van de situatie wordt gebruik gemaakt door een ‘verkeerstraverse’ te ontwerpen tussen de Ripperdastraat en de Gronausestraat. In het Wederopbouwplan 1946 wordt gesproken over een hoofdrijbaan met vier stroken, voorzien van rijk beboomde parallelwegen, ter breedte van 72 m. en omzoomd door ‘elementen van grootsteedse allure’, middelhoge gebouwen met arcaden voor flanerende voetgangers. Vanaf de aanvang is niet geheel duidelijk of de ‘Boulevard’ vooral bestemd is voor het doorgaand verkeer van Hengelo naar Gronau, dient ter ontlasting van het plaatselijk verkeer in het centrum, dan wel een rol vervult in de verbindingen van het centrum met de (nieuwe) stadswijken. In de toelichting op de plannen wordt gesteld dat gebouwd moet gaan worden aan ‘het Enschede van 2000’. De Boulevard 1945 – zoals de officiële straatnaam luidt – wordt in gedeelten aangelegd tussen 1955 en 1973. Evenwel niet zoals oorspronkelijk bedoeld. De parallelwegen worden in hoofdzaak parkeerterrein; voetgangers ontbreken.

Twentec-torens

Vooral ook als gevolg van de teloorgang van de textielindustrie, krijgen de gezichtsbepalende Twentecgebouwen niet de functie waarvoor ze bestemd zijn: de collectieve presentatie van de Twentse Textiel. In die gebouwen komen kantoren van o.a. het ITC. Op aandringen van het gemeentebestuur wordt, het warenhuis Vroom & Dreesmann er vlak naast gebouwd. Daardoor splijt het centrum echter in twee delen en verliest het noordelijk deel van het centrum een publiekstrekker van formaat. Annex aan de aanleg van de Boulevard ontstaat een nieuw Van Heekplein, bedoeld voor de warenmarkt, maar ook onmisbaar als parkeerterrein. De binnenstad wordt – door de inrichting van het stadserf – vanaf 1978 verkeersluw gemaakt.

Nieuwbouwwijken

Tegelijkertijd met de bouw van een nieuw station in 1951 wordt de spoorverbinding met het westen van het land ‘onder de draad gebracht’. Aan het eind van de eeuw is Enschede ook bereikbaar via twee Nederlandse autosnelwegen (A1 en A35) en via een Duitse autoweg (B54n). Enschede telt vanaf 1946 meer dan 100.000 inwoners. In 1960 wordt een aantal van 125.000 bereikt; in 2000 een aantal van 150.000. De stad blijft zich voortdurend uitbreiden. Op basis van bestemmingsplannen uit 1949 wordt gebouwd in en aansluitend aan de wijken Twekkelerveld, Hogeland, Velve, Stadsveld, Ribbelt, Mekkelholt en Boswinkel. Ook in Glanerbrug wordt volop gebouwd. ‘Torenflats’ verrijzen voor het eerst in de wijk Mekkelholt. Uit de jaren 60 en 70 van de eeuw dateren de drie zuidwijken Wesselerbrink, Stroinkslanden en Helmerhoek; daarnaast ook de wijk Deppenbroek en de door een projectontwikkelaar gebouwde wijk Park Stokhorst. In latere jaren worden genoemde wijken stedenbouwkundig afgerond. Als nieuwe wijk, een zgn. ’vinexwijk’, wordt gebouwd in ‘De Eschmarke’. In het Zwering is sprake van een grotere afronding; in Boekelo en Lonneker van beperkte uitbreidingen.

Renovatieprojecten

In dezelfde periode wordt op grote schaal gewerkt aan projecten van ‘stadsvernieuwing’: renovatie (en soms sloop) van vooroorlogse (en later ook naoorlogse) woningwetwoningen. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan modernisering van de infrastructuur. Sinds de jaren 60 geldt het als usance dat belanghebbenden, w.o. bewoners, inspraak hebben bij de realisatie van ruimtelijke plannen. Als gevolg van het verdwijnen van de textielindustrie komen her en der in de stad oude bedrijventerreinen (met de nodige opstallen) beschikbaar. Het gemeentebestuur kiest ervoor die terreinen op te kopen teneinde zelf te kunnen bepalen welke nieuwe bestemmingen gewenst zijn. In vrijwel alle gevallen is dat gelukt. Zo zijn in de binnenstad voormalige fabriekscomplexen beschikbaar gekomen voor de bouw van een ziekenhuis, een busstation, een museum, een muziekcentrum, huisvesting voor ouderen en jongeren, een meubelboulevard, een gezondheidscentrum. Het winkelcentrum Miro aan de Noordesmarkerrondweg is echter nooit ter plaatse gepland, maar het resultaat van onderhandelingen met een projectontwikkelaar.

Het nieuwe Van Heekplein

De eerder beschreven tweedeling van het centrum leidt aan het eind van de 20e eeuw tot een nieuwe stedenbouwkundige ingreep. De Boulevard als doorgaande weg langs het centrum vervalt en wordt vervangen door een nieuw H.J. van Heekplein. Aan het plein vestigt zich onder meer het gerenommeerde warenhuis ‘De Bijenkorf’ (2003). Het aangrenzende winkelcomplex De Klanderij wordt volledig vernieuwd. Enschede krijgt een vestiging van het Holland Casino. Het geheel wordt voorzien van een ondergrondse parkeergarage met 1.750 plaatsen. Het stadserf wordt voorzien van een nieuwe bestrating en daarmee aangepast aan de nieuwste inzichten voor wat betreft de uitstraling van winkelgebieden. In het centrum is hier en daar ook sprake van hoogbouw, die echter wordt belemmerd door militaire restricties.

Schaalvergroting

De tweede helft van de 20e eeuw kenmerkt zich verder – ook in Enschede – door omvangrijke processen van schaalvergroting van organisaties en functies. Zo wordt de Twentsche Schouwburg als Stadsschouwburg onderdeel van een Nationaal Muziekkwartier (2009), dat bij uitstek ook geschikt is voor uitvoeringen van de Nationale Reisopera. Het gebouw omvat ook een popcentrum. Museum TwentseWelle (2008) is, na jarenlange voorbereidingen, tot stand gekomen uit het Natuurmuseum (1938), het Textielmuseum (1958) en de verzamelingen van de Oudheidkamer Twente (1906) De ziekenhuizen in de stad zijn gefuseerd tot het Medisch Spectrum Twente, de geestelijke gezondheidszorg in ‘Mediant’. Verzorgingstehuizen voor bejaarden zijn vervangen door omvangrijke complexen voor alle vormen van ouderenzorg. Kruiswerk en gezinsverzorging bieden – na ettelijke fusies waarbij het verzuilde karakter is vervallen – nu zgn. ‘thuiszorg’ aan. Afzonderlijke buurt- en wijkgebonden instellingen in het welzijnswerk zijn in de loop van de jaren vervangen door een enkele organisatie: Alifa. In eerdere paragrafen zijn al genoemd de ontwikkelingen in het middelbaar en hoger onderwijs. Ook de bouw van het Arke-voetbalstadion (nu Grolsch Veste) en die van een amusementscentrum als Go Planet kunnen worden beschouwd als voorbeelden van schaalvergroting. In dezelfde sfeer ligt het samengaan van Dagblad Tubantia met andere bladen (w.o. de Twentsche Courant) in de Oostelijke Dagbladencombinatie (1990), die een jaar later wordt overgenomen door de Koninklijke Wegener N.V. In 1996 verdwijnt de dagbladtitel Twentsche Courant (evenals afzonderlijke dagbladtitels in Hengelo en Almelo) en verschijnt in Twente en de Achterhoek de Twentse Courant Tubantia (met regionale katernen). Op zijn beurt is Wegener onderdeel van een internationaal concern. De oplagen van regionale dagbladen vertonen sinds de introductie van internet een dalende lijn.

Politiek

Enschede wordt ook na WO II bestuurd door divers samengestelde coalities van politieke partijen, die echter onveranderd worden gedomineerd door de sociaaldemocratische Partij van de Arbeid. Ook de opeenvolgende burgemeesters zijn afkomstig uit die partij.