Begraafplaatsen in Enschede

Ontstaan van begraafplaatsen

Met ingang van het jaar 1829 werd bij Koninklijk besluit verboden om overledenen in het vervolg nog te begraven in kerken. In plaatsen met meer dan 1000 inwoners mocht ook niet meer begraven worden in de bebouwde kom. Dus ook niet op kerkhoven rond die kerk. Napoleon had deze wet al in Frankrijk in1804 ingevoerd. Na de inlijving van Nederland bij Frankrijk werd die wet ook hier van kracht. Er moesten nieuwe begraafplaatsen worden aangelegd.

Na het vertrek van de Fransen uit Nederland in 1813 werd er geen haast meer gemaakt met het stichten van nieuwe dodenakkers. Doch de toestand in kerken en kerkhoven liet hygiënisch gezien veel te wensen over. Ook in Enschede. Bij Koninklijk besluit van 22 augustus 1827 werd de oude wet van Napoleon, zij het met enige wijzigingen, weer van kracht. We hebben in Enschede dan ook twee begraafplaatsen welke beide gesticht zijn in 1829.

toegangspoort

Toegangspoort Stadsbegraafplaats

Er werd voor de stad Enschede een algemene begraafplaats aangelegd aan de Helweg, thans Espoortstraat, en voor de gemeente Lonneker een soortgelijke begraafplaats aan de KorteStegge, thans Deurningerstraat. Deze laatste begraafplaats is beter bekend als het “Boerenkerkhof”.Beide begraafplaatsen werden in gebruik genomen in 1829 en waren bestemd voor overledenen van alle gezindten. Geheel juist was dit niet, want de stad Enschede had aan de Molenstraat al voor 1792 grond afgestaan voor het stichten van een Joodse begraafplaats.

Vanaf 1861 kon Enschede pas beschikken over een Katholieke begraafplaats(zie Katholieke begraafplaatsen). Wel was er vanaf 1828 een parochiële begraafplaats in het dorp Lonneker naast de RK kerk.

stadsbegraafplaats

Stadsbegraafplaats

De gemeenteraad besluit om met ingang van 1 november 1899 aan de Helweg (Espoortstraat) een nieuwe graven en ook geen huurgraven meer uit te geven. Bijzettingen in bestaande graven bleven voorlopig mogelijk. Dit besluit werd genomen als gevolg van het gereedkomen van een nieuwe begraafplaats aan de Noord Eschmarkerrondweg, de zgn. “Oosterbegraafplaats”.

Op 17 mei 1924 hebben B&W van Enschede besloten de begraafplaats te sluiten. De laatste teraardebestelling had in 1921 plaats gevonden. De poort bleef open, om bezoekers in de gelegenheid te stellen de graven te blijven bezoeken. Toen de belangstelling verminderde werd de poort gesloten en ook het onderhoud werd minimaal. Verval en vandalisme kregen de overhand. In 1996 heeft de Historische Sociëteit het initiatief genomen de begraafplaats te inventariseren. De nog aanwezige grafmonumenten werden gefotografeerd en er is een omschrijving gemaakt van de toestand en de staat van onderhoud van elk grafmonument.

infobord shsel

Infobord SHSEL

Dit met het doel om de gemeente Enschede wat meer aandacht te vragen voor hetverval van deze begraafplaats. In het jaar 1998 zou het tuinbedrijf Farwick 100 jaar bestaan. Als gebaar naar de inwoners van Enschede biedt Farwick aan deze begraafplaats, voor wat betreft de beplanting en groenvoorziening, te renoveren. Grafmonumenten bleven buiten beschouwing. Hierna werd de begraafplaats heropend als buurtparkje.

Na deze actie is opgericht de Stichting Enschedese Historische Begraafplaats “De Espoort” welke zal trachten de middelen te verwerven om het onderhoud te continueren.

Inventarisatielijst van de graven:  Alfabetische lijst                    Numerieke lijst                    plattegrond SK               

Kozakkenpark

Kozakkenpark

Enschede wilde een tweede begraafplaats aanleggen en kocht hiervoor een stuk heidegrond, groot 1.22.25 ha aan de weg naar Hengelo. Deze gronden werden gekocht van de Eschmarke. Het was een begraafplaats voor minvermogenden en zij die op kosten van de gemeenschap begraven werden. Er waren geen eigen graven te koop. Uitsluitend kosteloze of huurgraven.

De man die hier als eerste begraven werd had als bijnaam “de Kozak”. Hij had onder Napoleon in Rusland gevochten. Kennelijk was hij die taal machtig, want toen de Kozakken op 18 november 1913 Enschede binnentrokken heeft hij hen naar Deventer begeleid.
Na zijn begrafenis werd de begraafplaats in de volksmond het Kozakkenkerkhof genoemd. Een echte Kozak is er echter nooit begraven. Na de opening van de Oosterbegraafplaats in 1899 is  het Kozakkenkerkhof voor begraven gesloten. In 1911 werd van deze begraafplaats een plantsoen en speeltuin gemaakt onder de naam “Kozakkenpark”

Ingang

Ingang

Ook het zgn. Boerenkerkhof aan de Deurningerstraat raakte vol. Op 19 september 1923 maakt de gemeente Lonneker bekend tot sluiting van deze begraafplaats over te willen gaan. Immers in 1921 werd al door de gemeente Lonneker de “Westerbegraafplaats” aan de Hengelosestraat in gebruik genomen. Tegen sluiting van het “Boerenkerkhof” kwamen 23 bezwaarschriften binnen. Hierdoor kon sluiting worden uitgesteld tot 1954. De laatste begraving vond hier plaats in 1952. Hetzelfde lot als de stadsbegraafplaats trof ook het Boerenkerkhof. Geen onderhoud, wel vandalisme en vernielingen. Af en toe leek het meer op een vuilstort. Druggebruikers en handelaren werden de vaste bezoekers.

Ook hier is door de Historische Sociëteit gefotografeerd en geïnventariseerd.

Jarenlang zijn er besprekingen gevoerd met de gemeentelijke milieudienst voor een beter beheer. In 2001 kwam er beweging in de zaak. Er kwamen gelden beschikbaar uit het Groenstructuur-Actieplan (GRAP) en vanuit“Brussel” kwamen er bijdragen. Dit had tot gevolg dat de werkzaamheden in 2003 konden starten en worden afgerond. Paden werden vernieuwd, struiken werden gesnoeid en opnieuw aangeplant. Een geweldige metamorfose. De begraafplaats werd “omgetoverd” tot eenprachtig buurtparkje. Het onthullen van een kunstwerk gemaakt door Helga Kock am Brink was het sluitstuk van deze renovatie.

De werkgroep “Boerenkerkhof” van de wijkraad Lasonder-Zeggelt houdt samen met afdeling stadsbeheer het onderhoud op peil. Passende evenementen, zoals een voorjaarsconcert, net als bij het stadskerkhof, houden deze stadsparkjes onder de aandacht. In de adventstijd wordt er een donderdagavond gekozen waarop er midwinterhoornblazers te horen en zien zijn in het parkje. Het publiek wordt dan verwelkomt met een glaasje glühwein of chocolademelk.

 

Inventarisatielijst van de graven:  Alfabetische lijst     Numerieke lijst     plattegrond BK

 

achterkant boerenkerkhof (1)

achteringang gemaakt van oude bentheimerzandstenen elementen van gesloopte textielfabrieken.

 

achterkant boerenkerkhof (3)

Oosterbegraafplaats

Ingang Oosterbegraafplaats

 

De raad besluit op 7 oktober 1897 enkele percelen grond aan te kopen voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats. In vergadering van 6 november 1898 wordt de aanleg en de beplanting gegund aan H.F.Hartogh Heijs van Zouteveen te Amersfoort. 17 februari 1899 wordt besloten tot het stichten van enkele gebouwen op de begraafplaats. In juli 1899 wordt de begraafplaats in gebruik genomen.

Uitbreiding van deze begraafplaats kreeg zijn beslag in 1923. Men verwachtte dat ± 1925 behoefte zou ontstaan aan meer grafruimte.  Toegevoegd werden gronden gelegen tussen de begraafplaats en de spoorlijn naar Gronau. Deze uitbreiding van 3,6 ha wordt in 1926 in gebruik genomen. Men verkreeg zo een begraafplaats met een totale oppervlakte van ongeveer 12 ha. In 1949 zijner wederom uitbreidingsplannen. Een nadere prognose wijst uit dat, als men twee-diep gaat begraven en een sloot gaat dempen, niet eerder dan in 1970 gebrek aan grafruimte zal ontstaan.

De raad besluit in 1980 dat het gewenst is over te gaan tot het treffen van voorbereidingen voor deaanleg van één nieuw een goed uitgeruste algemene begraafplaats.  Zover komt het niet.

Er worden zgn. keldergraven aangelegd. Een betonnen kelder voor twee doden welke afgesloten kan worden met een betonnen deksel. Ook worden, op verzoek van andere nationaliteiten, wandgraven gerealiseerd. Dit zijn muurnissen waarin een kist geplaatst kan worden.  Deze nis wordt aan de voorzijde afgesloten met betonnen plaat en daar weer voor, bv. een marmeren naamplaat.

In 2006 is het bomenbestand en de beplanting bijna geheel vernieuwd.

De raad van de gemeente Lonneker besluitop 22 juni 1916 gronden aan te kopen voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats. Deze gronden waren gelegen aan de Hengelosestraat. In vergadering van 26 februari 1918 wordt hiervoor een krediet verleend. Met inbegrip van de grondkosten (f 22.500) wordt voor de gehele aanleg f 60.000 gevoteerd. Op 1 januari 1921 wordt deze nieuwe begraafplaats geopend. Bij de samenvoeging van de gemeente Enschede en Lonneker in 1934, houdt Lonneker op te bestaan en is de “Westerbegraafplaats” een Enschedese begraafplaats geworden.

Ingang Westerbegraafplaats

Ingang Westerbegraafplaats

Al in 1940 worden de eerste stappen gezet om tot uitbreiding te komen. De benodigde gronden komen in 1944 in bezit van de gemeente. De directeur van de dienst “Stadsplantsoenen en Begraafplaatsen” krijgt in 1945 opdracht voorbereidingen te treffen om de uitbreiding in zijn geheel uit te voeren. Er wordt hiervoor een krediet verleend van f 226.645-. De uitbreiding kwam gereed in 1949. Toegevoegd werden 6.68.67 ha.

plattegrond

Plattegrond Westerbegraafplaats

In 1958 en 1960 worden rapporten opgemaakt over de toekomstmogelijkheden van openbare begraafplaatsen. Op grond hiervan besluit de raad op 30 mei 1960 de “Wester” niet verder uit te breiden, geen nieuwe aula te bouwen, maar de bestaande aula door het aanbrengen van enige voorzieningen het gebouw te verbeteren.

aula

Aula Westerbegraafplaats

Zoals gemeld kon Enschede in 1861 pas beschikken over een Katholieke begraafplaats. Tot dan werden onze Katholieke medeburgers begraven op de algemene begraafplaats. Door een schenking van de heer L.A.J. Niewenhuis kon op gronden gelegen aan de Gronausestraat (thans Espoortstraat) een R.K. begraafplaats worden aangelegd. Hiervoor zou eerst het kroegje “Het Verrotte Kamizool” moeten worden gesloopt. De oppervlakte van deze begraafplaats was 72.20 are.

In 1922 heeft het RK kerkbestuur plannen om een nieuwe begraafplaats te stichten. Wanneer de oude begraafplaats zou worden gesloten, zouden de gronden in eigendom over moeten gaan naar de gemeente Enschede. Deze begraafplaats was inmiddels binnen de bebouwde kom komen te liggen. Van RK zijde was men hier toe bereid mits de gemeente Enschede medewerking wilde verlenen.

Er komt overeenstemming een begraafplaats aan te leggen tegen de Oosterbegraafplaats aan de weg naar Glanerbrug, de Gronausestraat. B&W van Lonneker verlenen hiertoe in 1925 een vergunning. Op 6 juli 1927 wordt de RK begraafplaats overgedragen. Bij aanleg was de oppervlakte 2.38.50 ha. In 1958 komt er een uitbreiding met 8700 m2.

De grond voor de aanleg van de begraafplaats is door de gemeente Enschede beschikbaar gesteld voor f 1-. De koopwaarde van de grond was f 32.197-. Drainering en aanleg werden door de gemeente verzorgd. Als contraprestatie wordt de oude begraafplaats aan de gemeente overgedragen in vrije eigendom, onder voorwaarde dat de begraafplaats gedurende twintig jaar na sluiting voor het publiek toegankelijk moet blijven.

De gemeente geeft kennis dat de begraafplaats in 1929 wordt gesloten. In 1961 word ze opgeheven en voorlopig als plantsoen ingericht. Voordat hier luxe appartementen en 15 dure eengezinswoningen werden gebouwd zijn de stoffelijke resten door een gespecialiseerd bedrijf opgegraven en elders herbegraven.

Dit alles onder het toeziend oog van de milieupolitie. Over het terrein is tevens een ontsluitingsweg aangelegd naar het Gronausevoetpad.

Op verzoek van het R.K. parochiaal bestuur van de kerk van O.L. Vrouw van den Allerheiligste Rozenkrans te Glanerbrug verleenden Burgemeester en Wethouders van Lonneker op 10 juli 1903 vergunning tot het aanleggen van deze begraafplaats aan de Kerkstraat.   De oppervlakte was in eerste aanleg 0.29.07 ha.

Uitbreiding
28 april 1932 werd vergunning verleend de begraafplaats uit te breiden met “een strook aan weerszijden ter breedte van 20 meter”. Hierdoor verkreeg het hele terrein een oppervlakte van 76.30 are.

Bij raadsbesluit van 5 mei 1931 verleende de gemeente Lonneker een bijdrage van f 10-  voor elke begraving in de kosten van onderhoud en beheer. Deze bijdrage geldt uitsluitend voor begraving van een ingezetene aldus B&W van Enschede (1 mei1935) Deze bijdrage is per 3 mei 1954 verhoogd tot f 15-.

DSC01283

Graven op begraafplaats Redemptoristenklooster

DSC01286

Jezusbeeld met namenlijst

Bedoeld wordt hier het Redemptoristenklooster, thans in gebruik als bejaardenhuis, en onderdeel van het Dr. Ariënshuis in Enschede.

Aanleg:
Het klooster van Collegium Josephium, gevestigd te Vaals, werd in 1885 gesticht. Burgemeester en Wethouders van Lonneker verleenden op 3 november 1922 vergunning tot het aanleggen van een begraafplaats op het terrein van het klooster. De kleine omheinde begraafplaats is nog altijd aanwezig.

Vergunning tot aanleg van deze begraafplaats in het klooster van de Paters Kapucijnen werd door Burgemeesters en Wethouders van Enschede verleend op 27 december 1938. Bij verkoop van het klooster in 1971 is de begraafplaats geruimd.

Burgemeester en Wethouders van Lonneker verleenden op 12 december 1905 vergunning  aan de vereniging “Dodenzorg” te Glanerbrug tot het aanleggen van een begraafplaats op het perceel E 1808 (oostelijk deel). De begraafplaats kreeg een oppervlakte van 65 are.

Bij besluit van B&W van Lonneker werd op 31 januari 1930 toestemming verleend de begraafplaats te vergroten met perceel E 3530. Er mocht echter niet begraven worden op een afstand van minder dan 50 meter van woningen.

Financiële steun.
Op verzoek van de vereniging besluit de raad van Lonneker 28 april 1930, het plantsoen op het nieuwegedeelte door de gemeente te laten aanleggen. De vereniging zal zelf f 1000- bijdragen.

Als voorwaarde werd gesteld, dat de gemeente, indien er eenlijk van gemeentewege begraven zou moeten worden, dit op de begraafplaats van de gemeente kan geschieden. Ook hier verleende de gemeente een bijdrage van f 10- voor elke begraving. Ook dit geldt weer, uitsluitend voor ingezetenen. Met ingang van 3 mei 1954 verhoogt de gemeente deze bijdrage tot f 15-.  Voor aankoop van grond voor verdere uitbreiding verstrekt de gemeente Enschede(raad 4 dec.1954) een lening groot f 5000-,  rente 2½ % af te lossen in 10 jaar. De grondkostte f 13.125-. Oppervlakte 1.80.90 ha.

Op verzoek van het RK parochiebestuur van de kerk St.Marcellinus te Boekelo werd op 27 mei 1930 door B&W vergunning verleend tot aanleg van een begraafplaats achter de kerk. De oppervlakte bedraagt ± 0.24.50 ha. De gemeente Lonneker verleende een bijdrage in de aanleg van een plantsoen groot f 100-.

Bij besluit van 5 mei 1931 verleende die raad een bedrag van f 10- voor elke begraving als bijdrage in de kosten van onderhoud en beheer. De raad van Enschede verhoogde die bijdrage tot f 15-. (vergadering 3 mei 1954) Die bijdrage geldt uitsluitend voor begraving van ingezetenen.

Gedeputeerde Staten van de Provincie Overijssel verleenden op 2 juli 1828 aan de Rooms Katholieke kerk in dorp Lonneker toestemming tot het begraven naast de kerk. Oorspronkelijk had het kerkhof een oppervlakte van 0.27.50 ha. volgens het kadaster. In 1838 werd bij de kerk een pastorie gebouwd. Vermoedelijk is deze komen te staan op grond welke oorspronkelijk voor het kerkhof bedoeld was.  Op 19 maart 1901 wordt toegestaan de begraafplaats te vergroten.

Met ontheffing van het bepaalde in art.16, 1e en 3elid, van de wet op de lijkbezorging werd bij besluit van GedeputeerdeStaten van 12 februari 1937 verdere uitbreiding toegestaan. Toegevoegd werden ± 0.16.00 ha. Geschat werd dat deze uitbreiding voor 25 jaar voldoende zou zijn.

Ingevolge besluit van de raad van Lonneker van 5 mei 1931 werd als bijdrage aan onderhoud en beheer, een bedrag van f 10- voor elke begraving uitgekeerd. Bij besluit van de raad van Enschede werd dit bedrag verhoogd tot f 15- uitsluitend voor begraving van ingezetenen.

In het boekje “Parochie St.Jacobus de Meerdere te Lonneker” uitgegeven ter gelegenheid van het150 jarig bestaan van deze parochie in 1987 lezen we:

Ruimtegebrek

Mede omdat het dorp een explosieve groei doormaakte in de zestiger jaren dreigde er ruimtegebrek op het kerkhof. Om overleden parochianen te kunnen blijven begraven werd besloten om een groot aantal (190) oude graven te ruimen. Naderhand is nog twee keer een gedeelte van de pastorietuin bij het kerkhof gevoegd. Een kerkhofreglement werd opgesteld waarin werd opgenomen dat het niet mogelijk was een graf te kopen. Een graf kan hoogstens voor een periode  van 20 jaar worden gehuurd, hierna vervallen de rechten.

Ook lezen we in hetzelfde boekje: – Aangezien de katholieken van Enschede eerst in 1861 een eigen begraafplaats kregen en wel aan de Gronausestraat (thans Espoortstraat)  is het denkbaar dat in de periode 1829-1861 katholieken uit Enschede ter ruste zijn gelegd in Lonneker. Het klassieke voorbeeld is dat van pastoor G.J. Nieuwenhuis. Doordat het dodenboek van Lonneker van 1828 – 1953 nog niet is opgespoord kan slechts weinig gezegd worden over namen en aantallen. Hoogstens zou, aan de hand van registers van overlijden van de gemeente Lonneker een globale opstelling gemaakt kunnen worden.

Aanleg.  Hoewel Usselo al in 1845 een eigen kerkelijke gemeente werd, werd de begraafplaats eerst in 1879 aangelegd.

Onder dagtekening van 26 oktober 1879 verzocht het kerkbestuur over te mogen gaan, tot het stichten van een begraafplaats. In het verzoek staat dat de heg nog niet de voorgeschreven hoogte heeft, maar dat daarin door een latwerk zou worden voorzien. De vergunning wordt op 30 oktober 1879 door B&W verleend.

Op 30 oktober 1879 werd als eerste op deze begraafplaats begraven de heer Hermen Nijhuis, in leven wethouder van Lonneker. Deze had zich beijverd voor de totstandkoming van deze begraafplaats. De begraafplaats had bij aanleg een oppervlakte van 41.30 are.

Uitbreiding. Omstreeks 1930 treedt gebrek aan begraafruimte op. De raad besluit om over te gaan tot grondruil met de Hervormde Gemeente.

Hierdoor komt grond welke voor een weg langs de begraafplaats bestemd was, beschikbaar voor uitbreiding van de begraafplaats en wordt eigendom van de kerk. Toegevoegd werd 1.71.36 ha. Ook deze hervormde begraafplaats krijgt van gemeentewege een vergoeding van f 10- per begraving. Later verhoogd tot f 15-.

Hoofdingang

Hoofdingang

 

kleine ingang

kleine ingang

Al voor 1792 heeft de gemeente Enschede grond afgestaan voor het aanleggen van een Joodse begraafplaats aan de Molenstraat. Toen nog Kerkhofsteeg en Amelinksteeg genoemd. De oppervlaktewas 3.60 are. Een gedeelte van deze grond is in 1832 verkocht, of geruild met de gemeente, om grond te verwerven voor de bouw van een synagoge. Deze kwam aan de Achterstraat  (thans Stadsgravenstraat).

Nadat in 1841 een nieuwe Joodse begraafplaats aan de Kneedweg in gebruik werd genomen, werd er aan de Molenstraat niet meer  begraven. In verband met het toenemende verkeer was het in 1912 noodzakelijk verbeteringen in de Molenstraat aan te brengen. De schutting om de begraafplaats werd vervangen door een hek en langs de achterzijde werd een trottoir aangelegd. Zo kon de rijweg verbreedt worden. Omstreeks 1938 wil de gemeente Enschede de begraafplaats opheffen. Met deIsraëlitische gemeente kon hierover geen overeenstemming worden bereikt. In 1947 lukte dat wel. De grond werd aan de gemeente overgedragen voor f 1-. De gemeente zal op haar kosten, stoffelijke resten en grafmonumenten overbrengen naar de Joodse begraafplaats aan de Noord esmarkerrondweg. Dit alles gebeurde onder toezicht van een Rabbi.  De Molenstraat zou zodanig worden ingericht dat in het plaveisel de plaats van de voormalige begraafplaats teherkennen viel. (Deze markeringen heb ik nooit kunnen ontdekken.(AJdH))

Ingang

Ingang

In 1840 doet de Joodse gemeente pogingen grond te verwerven voor de aanleg van een nieuwe begraafplaats, omdat aan de Molenstraat geen ruimte meer was.

Aan de gemeente Enschede wordt verzocht heidegrond, welke aan de stad door verdeling van de Eschmarke zou worden toebedeeld, voor aanleg van een begraafplaats beschikbaar te stellen. De raad van Enschede wijst dit af. Zij meent dit niet te mogen doen voor het stichten van een bijzondere begraafplaats. De grond zal publiekelijk verkocht worden.

Op verzoek van dhr.Bijkerk van de Israëlitische gemeente wordt bij besluit van

Z.M de Koning van 20 februari 1841, door deze een subsidie toegezegd van f 100- voor het stichten van een nieuwe begraafplaats. Deze begraafplaats werd aangelegd aan de Kneedweg.

De eerste teraardebestelling geschiedde hier op 10 september 1841.

De oppervlakte was in eerste instantie 1580 m2 .

Uitbreiding. Burgemeester en Wethouders van Lonneker beschikten op 12 juli 1872 afwijzend op een verzoek tot vergroting van de begraafplaats, daar door uitbreiding de grond, grenzend aan de begraafplaats niet meer bebouwd zal kunnen worden, wat voor de eigenaren nadelig is.

In beroep verleenden Gedeputeerde Staten op 6 februari 1873 toestemming.

Toegevoegd werd 2060 m2. In 1922 ontvangen B&W van Enschede een verzoek om toestemming tot verdere uitbreiding. Dit wordt afgewezen, omdat de begraafplaats in de bebouwde kom is komen te liggen.

  1. In 1928 wordt een nieuwe begraafplaats aan de Noord Eschmarkerrondweg in gebruik genomen. Bij overdracht door de gemeente van deze gronden is als voorwaarde gesteld dat zo spoedig mogelijk tot sluiting van de begraafplaats aan de Kneedweg zal worden overgegaan. Uitsluitend naaste verwanten van daar begravenen mogen nog worden bijgezet.

 

B&W van Lonneker verleenden op 8 april 1927 vergunning tot aanleeg van deze begraafplaats. De eerste begraving heeft in februari 1928 plaats gevonden.

Financiële steun. Bij besluit van de gemeenteraad van 17 januari 1927 werd besloten aan de Isr. Gemeente over te dragen de percelen E 749 en 750, groot 19.700m2, met een grondwaarde van f 34.144,50 en daarop een begraafplaats in te richten (drainage en plantsoen)

In 1928 wordt nog f 100- beschikbaar gesteld voor verbreding van de inrit en in 1930 f 3200- voor vervanging van de beplanting, welke door de strenge vorst verloren was gegaan.

Oppervlakte De oppervlakte ven het hele terrein bedraagt 1.97.00 ha.

In 2006 heeft er een renovatie plaatsgevonden voor de bomen en beplanting. Ook het metaheirhuis op de begraafplaats is gerenoveerd.

Eén van de bekendste eigen begraafplaatsen in Enschede is die op de Lonnekerberg. Hier bevindt zich op eigen grond, het graf van de fabrikantenfamilie Blijdenstein. Op 24 december 1895 verleende het gemeentebestuur vergunning aan de heer A.J.Blijdenstein tot het aanleggen van een grafkelder op hoogste punt van de Lonnekerberg. Diverse familieleden zijn er begraven.

graf op Lonnekerberg

graf op Lonnekerberg

 

 

 

 

 

 

 

Van Heek. Op 28 februari 1919 werd vergunning verleend aan de heer Ludwig van Heek

Tot het aanleggen van een grafkelder op “het Hofmeijer” aan de Haverrietweg voor hem zelf en zijn familieleden, op eigen grond.

Graven van Heek Haverrietweg

Graven van Heek Haverrietweg

 

 

 

 

 

 

 

 

Scholten-van Heek. Aan mevrouw W.M.Scholten- van Heek werd op 7 februari 1962 vergunning verleend voor de aanleg van een familiegraf op het “Sybrook”aan de Oldenzaalsestraat voor het op eigen grond begraven van familieleden.

 

Othmar ten Cate. Op het landgoed “Den Kotten” heeft zich het graf bevonden van Othmar ten Cate en zijn vrouw Hermina Hoedemaker.

Othmar was de eerste burgemeester van Lonneker, hij overleed 25 juni 1815, Hermina Hoedemaker overleed op 3 februari 1784. Zij waren vroeger de bewoners van de villa

“De Kotten”. In verband met het slopen van de villa en het bouwen van flats, zijn de stoffelijke resten en het grafmonument in 1962 overgebracht naar de Westerbegraafplaats.

Westerbegraafplaats

Westerbegraafplaats