Aanvullende verhalen

Aanvulling van n’sliepsteen 115: Alsteedsestraat

Een niet meer bestaande straat

 

Aanleiding voor dit verhaal

“Teruggaan naar het plekje grond waar eens mijn wiegje stond”: mensen vinden dat  leuk en gaan af en toe naar hun geboortehuis, naar de straat waar ze geboren zijn, waar ze vroeger gewoond, gespeeld en geleefd hebben……

Soms bestaat dat huis niet meer, is het afgebroken of heeft het plaats gemaakt voor nieuwbouw: dan is er weinig affiniteit.

Soms, zoals in mijn geval, is het niet alleen het geboortehuis dat er niet meer is, ook de huizen van de buren staan er niet meer…….. zelfs de hele straat is weg; de straatnaam is uit het stratenregister van onze stad verdwenen.

Zo’n straat is de Alsteedsestraat, waar ik geboren ben en het een en ander meegemaakt heb.

 

Ligging en naamgeving van de straat

Alsteedsestraat is een straatnaam met een heel lange geschiedenis.  Het begin en het einde van de straat liggen nog op dezelfde plek als vroeger, alleen wel met andere straatnamen.

De straat begon op het kruispunt “De Klomp”; daar, net buiten de Eschpoort, begonnen drie straten: linksaf de “Oldenzaalse straat”; rechtuit de ”Straatweg naar Gronau” en rechtsaf de “Alstätterweg, de weg naar Alstätte. Deze straatnamen komen al voor op een oude stadsplattegrond uit 1811.

Deze “Alstätterweg”, later Alsteedsestraat, liep – soms rechtuit, soms met bochten – dóór tot op het einde van het grondgebied van de Stad Enschede, bij de grens met de Gemeente Lonneker, daar waar nu de Beltstraat op de Kuipersdijk uitkomt.

De gemeente Lonneker had kennelijk niet zo veel met Alstätte; nee, die vonden het belangrijker dat die straat leidde naar de buurtschap “Sanders Küper” (gelegen bij de grensovergang in wat nu de Knalhutteweg heet). Lonneker noemde de straat dus de “Kuipersdijk”; die liep helemaal door tot de grens met Duitsland. “Knalhutteweg” kwam pas later als naam voor het gedeelte vanaf de splitsing van de Kuipersdijk en de Buurserstraat. Dat was toen dat gebied Gemeente Enschede was geworden.

Nog wat meer over de naamgeving van de straat in de geschiedenis:

in de Alsteedsestraat werd in 1738 een “kalanderij” gesticht (een “fabriek” voor het glad en glanzend maken en veredelen van weefsels). Daardoor werd de straat in de volksmond ook wel “Kalanderstraat” genoemd en werden die twee straatnamen door elkaar gebruikt. Nog in 1862 wordt in een ooggetuigenverslag van de grote stadsbrand door de schrijver (A.J. Elderink) vermeld…… “dat de brand begonnen is in een pand aan de Alsteedsche- of Kalanderstraat”. Iets verderop in dat verslag meldt hij, dat dankzij de windrichting ten tijde van de stadsbrand, de Alsteedsche straat gespaard bleef. Dus toen al was er kennelijk onderscheid tussen twee stukken Alsteedsche- en Kalanderstraat. Hij doelde daarbij op het feit dat wat later ook officieel  “Kalanderstraat” ging heten, geheel door het vuur verwoest werd, maar dat het andere stuk dankzij de windrichting gespaard bleef. In dit verband is ook een andere opmerking in hetzelfde verslag interessant, (omdat het óók met naamgeving te maken heeft): ….….“Mocht de Oostenwind nog draaien, dan was nog voor de Alsteedsche straat eene groote beschutting “Den Mooien Hof” die daarvoor lag. De “Mooien Hof was een eikenbosch met hoogopgaande boomen”.  Daardoor heeft later de enige zijstraat van de Alsteedsestraat van toen de naam Mooienhofstraat gekregen, en nú de straat die vanaf het H.J. van Heekplein zuidwaarts loopt tot en met het V & D-pand en daar linksaf gaat (over wat vroeger het laatste stuk van de Alsteedsestraat was) en uitkomt op wat nu Oldenzaalsestraat heet.

 

Nog een paar slotopmerkingen over de straatnaam:

  • het eerste gedeelte van de Alsteedsestraat vanaf kruispunt “De Klomp” tot aan de Willemstraat kreeg pas, bij Raadsbesluit dd 27 april 1899, officieel de naam Kalanderstraat; in hetzelfde Raadsbesluit werd voor het stuk “vanaf de Willemstraat lopend in zuid-westelijke richting tot de Kuipersdijk” de naam Alsteedsestraat definitief vastgesteld.
  • Vreemd genoeg heeft de Alsteedsestraat ook nog “Watersteeg” geheten. In het raadsbesluit (Oud-Enschede, 14 augustus 1889) wordt voor de herkomst van deze benaming geen verklaring gegeven……. “Men mag aannemen dat hier de naam aan een of andere vorm van watervoorziening – wellicht een pomp of put – is ontleend”……..
  • Bij navraag bij de gemeente Ahaus, waar Alstätte tegenwoordig onder valt, blijkt er in Alstätte nooit een straatnaam “Enschederstrasse” bestaan te hebben, zoals bijvoorbeeld Oldenzaal en Hengelo wél een “Enschedesestraat” hebben en Gronau een “Enschederstrasse”! !

 

Ter afsluiting van dit verhaal over de ligging van de Alsteedsestraat: zou u, als lezer dezes, in de huidige situatie als het ware door de Alsteedsestraat (tóen en nú) willen lopen, begin dan uw wandeling bij “De Klomp”, volg de loop van de Kalanderstraat tot aan het H.J. van Heekplein; steek daar schuin naar links over en loop dóór het winkelpand van BCC / Perry Sport; houd, als u  eenmaal binnen bent, rechts aan tot en met de achtergevel van de winkel en sla rechtsaf  en loop dan in een rechte lijn over het daarachter liggende “expeditie-terrein” naar de hoek van Mooienhof met de Kuipersdijk. Over dit gedeelte van de Alsteedsestraat (vanaf de voorgevel van BCC / Perry Sport tot aan de hoek met de Kuipersdijk) gaat het, als ik het hierna over “mijn” straat heb.

 

Bebouwing van de straat: oude / nieuwe panden

 

Uit het voorgaande is al duidelijk geworden dat bij de stadsbrand van 1862 de huizen aan de Alsteedsestraat voor het vuur gespaard bleven. De straat was dus een mix van (soms héél) oude en nieuwere huizen. In het Stadsarchief heb ik daarover informatie ingewonnen en gekregen: ik kreeg een overzicht van alle door B&W verleende bouwvergunningen in de periode vanaf 1862 tot 1920 voor nieuwbouw of verbouwing van panden in de Alsteedsestraat. Ik kreeg alle daarop betrekking hebbende bouwtekeningen en beschrijvingen ter inzage: een dag lang in dat materiaal snuffelen leverde een hoop interessante informatie op over allerlei panden die ik gekend heb.

We mogen er globaal van uitgaan dat panden die niet voorkomen in genoemd  overzicht, ofwel van vóór 1862 zijn ofwel van ná 1920.

 

De bijgevoegde foto’s (uit het Stadsarchief) geven een goed beeld van de loop van de straat: beide laten de oneven kant van de straat zien:

De ene, in 1940 genomen vanaf de hoek van de Alsteedsestraat met de Kuipersdijk, toont de panden vanaf de bloemenwinkel van Kleistra (nog net zichtbaar!)  tot en met het huis van Josua (Joop) de Winter en Saartje Levij.

De andere foto, uit 1953, genomen vanuit de Willemstraat,  – dóór het al in afbraak zijnde winkelpand van Schoo héén – laat de rest van de Alsteedsestraat zien, ook weer tot en met het huis De Winter.

(Deze laatste foto maakt duidelijk dat de afbraak t.b.v. de aanleg van “de boulevard” al in volle gang is: aan de “overkant” is al een hele rij panden weg, vanaf nr. 1 tot en met

nr. 11; aan de “even” kant is zo te zien alles al weg).

 

Ik zal nu iets meer in detail een beeld geven van de bebouwing, ook weer aan de hand van een foto hiernaast: deze is gemaakt in 1940, aan het eind van de Kalanderstraat (ongeveer op de plek waar nú de zaak van Miss Etam zich bevindt).

Rechts is het reclamebord voor “North State”-sigaretten te zien; dit zat aan de gevel van de tabakswinkel Kippers, op de hoek van Kalanderstraat en Willemstraat. Aan de overkant de Uitleenbibliotheek van Stuiver en links daarvan een groot, nieuw winkelpand, gebouwd in 1935/36, ook Willemstraat. In dit pand de Fourniturenzaak van Wagelaar (borduurmaterialen, handwerkzijde, garens en band e.d.). De rest van dit complex is de meubelzaak van Schoo. De gevel van dit grote pand volgt de bocht naar het rechte stuk van de Alsteedsestraat.

 

Niet zichtbaar op deze foto zijn een aantal winkelpanden, schuin tegenover de fourniturenwinkel, de Groente- en Fruitzaak van Meijerman, de rookwarenzaak van Bennink, de Drogisterij van Scholten/v.d. Wilk en de Slagerij van Kieskamp. (Pas bij  het “speurwerk” naar de geschiedenis van de Alsteedsestraat ontdekte ik dat laatstgenoemde winkelpanden niet bij de Alsteedsestraat hoorden (wat ik altijd gedacht had) maar genummerd waren als behorende bij de Willemstraat, behalve de slagerij Kieskamp: die had huisnummer 1 aan de daar beginnende Beukinkstraat.

 

Oók niet op deze foto zichtbaar bevinden zich, links van het wél zichtbare huis, vier  panden: op Alsteedsestraat nr. 1 het Café “’t Tönneke” (café met daarachter een kegelbaan) op de hoek van Alsteedsestraat en Berkenkamp; verder nog een herenkapper en een loodgietersbedrijf; op nr. 7 (wél zichtbaar) een héél oud pand van de heer Spits, een koopman. Zijn huis werd  in de loop van de oorlog een bouwval.

Daarnaast een rij “hoge” panden (nrs. 9 t/m 13) die eind 20-er/begin 30-er jaren gebouwd zijn, dus nieuwere huizen. Daarin een aannemer(Kemper) en een groothandel in schoenen ( Emmink) met zijn magazijn. (Dit magazijn werd na de oorlog de “Koninkrijkszaal van de Jehova’s Getuigen”).

 

Tegenover deze panden, aan de even zijde van de straat, staan een paar oude tot zéér oude panden, waarvan zeker vermeldenswaard is het winkelpand op nr. 2, (dus naast de meubelzaak van Schoo); de  Snoepwinkel van mevrouw Termijtelen, in onze jeugd een “dorado”, waar we snoepjes, zwart-wit, zoethout, lavendeldrop en andere heerlijkheden konden kopen voor een paar centen. Wat verder begint op nrs. 12 t/m 18 een rijtje héél oude huizen. Op nr. 12 is de werkplaats en smederij van Arens. Dit pand was vroeger eigendom was van G.B. Sanders & Zn, die in 1908 bouwvergunning krijgt om de al bestaande smederij/werkplaats naar achteren uit te breiden. In 1921 heeft Sanders het bedrijf overgedaan heeft aan Arens. Deze laatste had daar met zijn zoon en een 10-tal medewerkers een druk en gevarieerd metaalbedrijf.

Het aangrenzende huis (nr. 14) is het woonhuis van Arens; daarnaast twee woonhuizen (nrs. 16 en 18) van dezelfde makelij als nr. 14, d.w.z. aan de voorkant een vrij hoge voorkamer waarvan het plafond de vloer is van de bovenverdieping, meteen onder het schuine dak, aan de achterzijde is de hoogte in 2 etages verdeeld, dus een lage achterkamer en daarboven een lage slaapkamer, waarvan het plafond ook weer de vloer van de bovenverdieping is. De tussenverdieping had 2 slaapkamers, de bovenverdieping 3 slaapkamers en nog een flinke bergruimte.  Het leken kleine woningen, maar toch  woonden er tamelijk grote gezinnen.

Tegenover de zojuist beschrevene huizen staan 3 tamelijk hoge panden van oudere datum, maar wel van ná de stadsbrand; ik vermoed dat ze gebouwd zijn rond 1880/90. Het zijn 2 woningen en 1 winkel/woonpand: de manufacturenwinkel van Doornbos.

 

Naast deze winkel is een brede poort die toegang geeft, behalve achterom naar het woonhuis van Doornbos, ook naar de Confectiefabriek van Bernard en Jan Olland, die achter het woonhuis op nr. 21 gebouwd is. Zowel woonhuis als confectiefabriek zijn gebouwd na 1920: horen dus bij de nieuwere panden in de straat.  Op nr. 21 woont Bernard Olland (broer Jan woont verderop in de straat, op nr. 65). In de confectiefabriek werkten een 20 à 25 dames, die vooral schorten en uniformjassen e.d. maakten.

Dan weer terug naar de even kant van de straat.

Bij pand nr. 20 begint de flauwe bocht in Alsteedsestraat. Dit hoge winkelpand was tot 1935/36 de meubelwinkel van Schoo (met magazijnruimte aan de overkant van de straat op nr. 25). Toen Schoo zijn nieuwe winkelpand betrokken had, vestigde Altena zich in dit pand en handelde in 2e hands kwaliteitsmeubilair.

 

Terug naar de oneven kant van de straat: naast het woonhuis van B. Olland staat op

Nr. 23  de woning van de familie De Winter-Levij, die handel drijft in jutezakken; zijn werkplaats en magazijn bevinden zich aan de achterzijde van dit huis. Dit pand is in 1915 gebouwd als winkel/woonhuis en later verbouwd tot alleen woonhuis.

Nr. 25 was dus eerst een winkelpand, in gebruik bij de meubelhandel Schoo. Toen die verhuisd was naar het begin van de straat, werd dit pand een woonhuis van de joodse familie Bierman; het is een heel oud pand, evenals het pand er naast, nr. 27, waarin de familie Noppert woont. Hij is vishandelaar en heeft elders zijn magazijn.

Tussen zijn woning en het volgende pand is een “inrit”: een ook bij de Alsteedsestraat horende doodlopende “weg” (in onze jeugd noemden we dat ook “De Weg”); daar zijn nog een aantal panden die het vermelden waard zijn: het jutezakkenmagazijn van Joop de Winter; verder het woonhuis en het opslagterrein van Stokkentré, handelaar in “oud ijzer”; daarnaast het woonhuis van fam. Mazona; hij hield zich bezig met de aanleg en onderhoud van terrazzovloeren; naast hun woonhuis werd in 1912 door Maass een “wagenmakerwerkplaats” gebouwd. In onze tijd stond die loods altijd leeg. Verder is daar nog een loods, waar oud-papier (voornamelijk verpakkingsdozen en karton e.d.) tot papierbalen geperst werd.(dus toen al papierrecycling!!!)  Naast die loods verheft zich “Het Geuzennest”, het groepshuis van de padvinderij. Dan staan er verder nog 2 héél oude woonhuizen, nrs. 35 en 37, en een schutting met daarachter een zeer hoge boom (’n esdoorn), behorend bij het grote winkelpand nr. 39, het eerste pand van het rechte stuk van de Alsteedsestraat. Komend uit “de weg” zien we aan de overkant de kruidenierswinkel van Teunis en daarnaast nog een woning. Daarnaast een groot gebouw “Jeruel”. Dit pand is in 1888 gebouwd door de Gereformeerde Kerkenraad (“De Dolerenden”) als kerkgebouw, in 1889 in gebruik genomen. Later, omstreeks 1930,  was het niet meer als kerk in gebruik en werd het een magazijn van de firma  P. Sluis (zaden e.d.)

Nu weer de blik gericht op de oneven kant. We zien nr. 39, (zie bijgaande foto die gemaakt is ter gelegenheid van de “opknapbeurt”, in 1909, van de voorgevel: er staan dus blije en trotse familieleden op!). Het is een flink woon- en winkelpand van Ticheler; het is een pand met geschiedenis, want ikzelf (1932) en mijn broers en zussen zijn er geboren, maar óók mijn vader (1893) (en zijn zussen en broer), óók (in 1851) mijn grootvader (en zijn zus);  ook mijn overgrootvader is op dezelfde plek geboren in 1810: die gegevens vond ik in het Stadsarchief toen ik bezig was met de stamboom van mijn familie. Dat het een winkelpand is hangt samen met de manier waarop mijn familie (tot en met mijn vaders moeder) de kost verdiende: in de Burgerlijke Stand staat van hen vermeld dat ze “winkelier – tapper” waren. Naast allerlei levensmiddelen als zout, suiker, meel, erwten, bonen e.d. kon men er ook brandewijn en jenever e.d. kopen: die lagen in grote fusten opgeslagen in de kelder, vlak achter de winkel. Bij het overlijden van mijn grootmoeder (in 1928) werd de detailhandel beëindigd. Mijn vader was toen al actief als “grossier in suikerwerken, chocolade en koekwaren” en werd de winkel de opslagplaats voor die spullen.

 

Naast “ons” huis trekken 3 grote en t.o.v. de belendende percelen hóge woningen de aandacht. Uit de verhalen van mijn vader maar ook uit de documentatie vanuit het Stadsarchief weet ik, dat deze panden in 1899 door mijn opa Jan Hendrik Ticheler gebouwd zijn; er stonden daarvóór 3 woningen van vóór de stadsbrand , die hij mocht afbreken.  Leuk om te vermelden is nog dat in bouwvergunning (d.d. 8 mei 1899) ook toestemming wordt gegeven om ten behoeve van de bouw op het trottoir een steiger te bouwen die “des avonds aan beide zijden voorzien moet zijn van een helder brandende lantaarn. Voor die vergunning moet dhr Ticheler een bedrag van 5 gulden voldoen ter secretarie”!

 

Naast de zojuist vermelde woningen staat een rij huizen die na 1920 gebouwd zijn: slagerij/worstmakerij en woonhuis van Huckriede en daarnaast het kantoor en woonhuis van Snelder, makelaar en assuradeur. (Hij is de grondlegger van het bedrijf “Snelder Zijlstra Makelaars” dat tegenwoordig gevestigd is op het Hoedemakersplein  in het gebouw dat in mijn jeugd het hoofdkantoor van de Twentsche Bank was).

 

Dan weer de blik  gericht op de overkant:  naast het al beschreven “Jeruël” zijn in 1912 twee panden gebouwd; in het pand meteen naast Jeruël was in mijn jeugd een zadelmakers- en leerbewerkingbedrijf gevestigd van Woltering; daarnaast, op de hoek van de Alsteedsestraat met de Mooienhofstraat, een winkel- en woonpand van Wooldrik.

Ik steek de (enige) zijstraat van de Alsteedsestraat over en kom bij een vrijstaand pand van Francke,  handelaar/commissionair in textiel en manufacturen. Naast dit pand is Café Schippers gevestigd, aan het uiterlijk te zien gebouwd na 1920. Daarnaast, tot de hoek van de Alsteedsestraat met de Oranjestraat een rij heel oude woonhuizen, waarschijnlijk van vóór 1862. Aan deze even kant eindigt de Alsteedsestraat op nr. 48.

Terug naar de oneven kant: naast het pand van Snelder een rijtje heel oude woningen en een enkel winkelpand (kaas, zuivel, broodbeleg e.d.) en een wat nieuwer pand (woonhuis van de al genoemde Jan Olland) met daarnaast de schoenmakerij van Masseling en tenslotte in een héél oud pand de bloemenwinkel van Kleistra, op nr. 69. Daarnaast op de hoek een open stukje (waar groentekisten en handkarren e.d. gestald werden) met daaraan grenzend de groente- en fruitwinkel van Mastenbroek, op Kuipersdijk nr. 1.

 

Zo ben ik door de Alsteedsestraat gewandeld en heb hopelijk wat interessante informatie vermeld over de bebouwing en de geschiedenis van de straat

 

De straat in de oorlogsjaren (en daarna)

 

Het voorafgaande was vooral feitelijke informatie, op basis van informatie en documentatie vanuit het Stadsarchief, van allerlei websites e.d.; veel is opgeschreven zoals ik mij dat herinnerde. Dat geldt ook voor het volgende; ook weer op basis van feiten die verifieerbaar zijn: geschiedenis in allerlei bronnen, zoals boeken en computerbestanden, maar ook informatie uit mijn geheugen……. omdat ik of mijn broer of zus of andere straat- en tijdgenoten het óók meegemaakt hebben en erover in dit verband gepraat hebben of me met informatie en/of documentatie geholpen hebben. Hier wil ik met name noemen John Grunnekemeijer, klasgenoot op school en buurjongen.

Dat heeft vooral betrekking op wat er in de oorlogsjaren in de Alsteedsestraat gebeurde.

 

Menselijke drama’s

Ik begin met wat er op menselijk vlak gebeurd is: er woonden op een paar adressen gezinnen, die zo maar ineens “verdwenen” zijn: ik noemde al de heer Spits (op nr. 5); ook op nr. 25 het joodse gezin Bierman, vader, moeder en 2 jonge kinderen, die ineens weg waren. Later zag ik op internet, dat ze in 1942 in Auschwitz omgebracht zijn;

op nr. 23 het gezin De Winter: vader, moeder en 3 kinderen; dochter Fietje, geboren in 1931, is in 1943 in Sobibor omgekomen; de ouders en 2 zoons hebben kans gezien onder te duiken en hebben de oorlog overleefd. Op nr. 15 woonden mensen die ook ineens weg waren;  na de oorlog hoorden we dat ze in het verzet hadden gezeten en ondergedoken waren. In de op deze manier leeg gekomen woningen namen andere gezinnen hun intrek, met een aantal kinderen.

Bombardement 10 oktober 1943

De oorlog blijft vooralsnog beperkt tot door de straat marcherende en zingende Duitse soldaten. Wij moesten naar een andere school, omdat onze R.K. Jongensschool aan de Brinkstraat naast Menko door de Duitsers bezet werd. Af en toe vielen er ergens in de stad bommen met soms flinke verwoestingen en dodelijke slachtoffers: ik herinner me nog goed de bommen die tamelijk dichtbij vielen op 22 januari 1942: Perikweg, Floresstraat en Tegalstraat op het Hogeland. Ik ben daar toen erg van geschrokken. Later gingen we kijken bij de getroffen huizen en hoorden we dat er wel 20 dodelijke slachtoffers waren.

In de Alsteedsestraat was het raak op 10 oktober 1943. Prachtige, zonnige zondag. Mijn 2 broers en ik maakten met een stel jongens een grote wandeling. We liepen ergens op het einde van de Mekkelholtsweg, toen we grote formaties bommenwerpers hoog in de lucht hoorden en zagen; vanaf het vliegveld (waar we dus vlakbij waren) stegen de Duitse jagers op en we zagen even later het luchtgevecht hoog in de lucht; maar ook hoorden we in de stad bommen ontploffen. Dus snel terug naar huis. Toen we vanuit de Kalanderstraat onze straat wilden inlopen was daar, voor de winkel van Schoo, een afzetting, maar toen we zeiden dat wij daar woonden mochten we door. We zagen al gauw dat de grote winkelruit in ons huis er helemaal uit was en dat “de winkel” er nogal gehavend uitzag: ons huis was getroffen door een brandbom; als door een wonder is die niet ontploft en recht door dak, zoldervloer en begane grondvloer geslagen en in het zand daaronder gesmoord. De volgende maandag wordt het restant van de bom door de brandweer opgegraven. Van die brandweerman hoorden we dat het om een rubber-benzol-bom ging. De zolder en de winkel zaten helemaal onder de smurrie van die bom. We hebben geluk gehad dat het ontstekingsmechanisme van de bom onklaar was geraakt. Want anders had ons huis in één klap helemaal in brand gestaan. Maar we waren er nog allemaal, vader, moeder, opa en oma en wij 5-en.

Later zagen we dat in onze straat nog 2 panden waren getroffen: nr. 57 (helemaal uitgebrand) en nr. 36, waarvan alleen de bovenverdieping verbrand was. We zijn ‘s avonds nog wezen kijken naar de branden op de hoek van de Brinkstraat, Perikweg en Spelbergsweg, waar o.a. de oude, hoge Heusinkveldmolen nog volop in brand stond.   Toen hoorden we ook dat op veel andere plekken in de stad brisant- en brandbommen waren gevallen en dat er veel mensen bij omgekomen waren.

In ons huis is daarna de schade hersteld: de gaten in dak en vloeren weer dicht gemaakt en alle inmiddels opgedroogde smurrie van de bom verwijderd en de muren en houtwerk opnieuw geschilderd. Bijna alsof er niks gebeurd was!!??

Bombardement 22 februari 1944

De volgende ramp: 22 februari 1944: het vriest nog, maar de zon schijnt uit een blauwe hemel. We zouden bijna aan tafel gaan voor het warme middageten (wortelstamppot stond gaar te worden op het fornuis in de keuken) toen we heel duidelijk vliegtuigen hoorden: wij naar buiten in de achtertuin en we zagen een heleboel laagvliegende bommenwerpers aankomen: dat beloofde niet veel goeds! Dus gauw naar binnen om te “schuilen”, in de keuken: daar hadden we ’t minste bebouwing boven ons. We lagen nog maar net of ineens een geweldige knal: een staafbrandbom was door het keukendak en plafond gevallen en sloeg een gat in de stenen keukenvloer, vlak bij een stoel met pas gestreken wasgoed, dus meteen vuur met vlammen tot het plafond. Wij weg uit de keuken, in paniek en min of meer met een “shock”, want van de eerste tijd na de inslag herinner ik me weinig details. In de winkel van Altena, schuin tegenover ons, word ik met koud water weer bij m’n positieven gebracht. Dan ga ik met m’n broer terug en zie dan achter het huis de keuken en de schuur in brand staan; ook in de huiskamer begint het al. Mijn ouders en oudste broer en buren en andere behulpzame mensen uit de straat zijn al druk bezig met het redden van spullen uit de kleerkasten en linnenkasten en beddengoed e.d.: dat wordt allemaal op veilige afstand in de tuin gelegd, want de brand geeft een geweldige hitte. De piano was ook al in de tuin neergezet, maar door de hitte begon het hout ervan  te blakeren! Weer wat later, op straat, zien we overal uitgebrande staafbrandbommen liggen: de straat lag er min of meer mee bezaaid…..  en we zagen ook dat de huizen van Snelder en Huckriede volop in brand stonden en dat het vuur overgeslagen was naar de huizen tussen “Huckriede” en ons huis; dan zien we dat het vuur de voorkant van ons huis heeft bereikt en al gauw laaien de vlammen uit de ramen van onze zolder. We moeten verder weg gaan staan want de hitte doet zelfs de verf van de deuren aan de overkant bladderen! Ook de huizen naast “Jeruel”, tot op de hoek van de straat met de Mooienhofstraat staan in lichterlaaie. Verderop ook nog een pand (nr. 67) in brand, van Schoenmakerij Masseling.

Eind van dit treurige lied is, dat ons huis en alle aangrenzende panden (nrs. 39 t/m 53) verloren gaan. Van ons huis blijft alleen over de opzij van de huiskamer aangebouwde slaapkamer van mijn ouders. Verder blijven er alleen de gevels staan……

Wáár komen we onderdak?

Vervolgens komen opnieuw allerlei mensen in de straat in beweging: de familie Doornbos (nr. 19) nodigt mijn ouders uit om met mijn 2 zusjes bij hen te komen logeren; mijn broers en ik krijgen onderdak aangeboden bij de familie Rillman (die hadden het huis van De Winter nr. 23, toegewezen gekregen).  We hebben wel weinig spullen meer, maar we zijn, tenminste voorlopig, onder dak. Dat gebeurde zo maar gewoon: wat een meelevende mensen! Er  zijn nog meer van die meelevende mensen: onze naaste buren, familie van Leer (op nr. 41), met vader, moeder en 2 zoons, krijgen gastvrij onderdak bij het gezin Grunnekemeijer op nr. 16, die zelf ook al met hun zessen waren! Mijn Opa en Oma (de ouders van mijn moeder, die vanaf 1941 bij ons verbleven)  worden gastvrij door een ouder echtpaar in de Kalanderstraat opgenomen.

In diezelfde week komt de bewoonster van nr. 18, Truus Grunnekemeijer (zus van de buurman op nr. 16), bij mijn ouders met het voorstel om in haar huis te komen wonen; dan zal zij zelf van de voorkamer haar zit-/slaapkamer maken en kunnen wij de rest van het huis gaan huren en bewonen! Geweldig dus! Afgesproken wordt dat wij op 28 februari in haar woning terecht kunnen.

De dagen daarna werden door de brandweer de muren van de afgebrande huizen neer gehaald: toen was ons huis écht letterlijk een puinhoop of beter gezegd: alleen nog maar een hoop puin!

In de tijd die volgt wordt het puin van de afgebrande huizen naar elders afgevoerd en het terrein geëgaliseerd zodat er een vlakke lege oppervlakte ontstaat, vanaf de zijmuur van ons huis nr. 39 tot en met het terrein waarop het huis van Snelder stond. Ook zorgt mijn vader er voor dat de toegang naar onze tuin afgesloten wordt door het dichtmetselen van de voormalige deuropeningen, met gebruikmaking van bakstenen uit het puin van ons huis.

Wij wonen dus voortaan op nummer 18. In het najaar 1944 vertrekt  Truus Grunnekemeijer naar Neede. Door haar vertrek krijgen wij dus ook de  beschikking over de voorkamer.

Leuke afwisseling in ons bestaan

Nog vermeldenswaard is dat mijn broer en ik, samen met nog een paar andere jongens uit de straat, als “patiënt” fungeren bij de cursus voor a.s. EHBO-(sters van blok 43 van de Luchtbeschermingsdienst (o.m. Alsteedsestraat, Mooienhofstraat, Oranjestraat, Willemstraat, Beukinkstraat, Berkenkamp): die worden opgeleid om eerste hulp te kunnen verlenen aan slachtoffers van bombardementen. Die cursus wordt gegeven in de Confectiefabriek van Olland op nr. 21. Wij dienen als “proefkonijnen” als de cursisten de geleerde theorie in de praktijk moeten oefenen. Later, na het bombardement van 22 maart 1945, zien we de dames (die ons “verbonden” hadden!) bezig in de Berkenkamp en de Beukinkstraat: ze hebben dus niet voor niets op ons geoefend!!

In diezelfde periode was er een grote Duitse legerauto – later begrepen we dat het een artillerietrekker was – in reparatie bij Arens; dat heeft enige weken geduurd dat die auto met rupsbanden overdag op straat vóór de werkplaats stond; in de avond werd die weggereden naar wat wij “De Weg” noemden: daar stond ie dan beschut onder de grote boom naast ons vroegere huis en kon ie niet gezien worden door Engelse jagers.

Razzia 24 oktober 1944

Een bang makend gebeuren: alle mannen ouder dan 15 en jonger dan 60 jaar moesten zich melden om naar Duitsland afgevoerd te worden om te werken; er was veel bewapende “Grüne Polizei” op straat, erg bedreigend, en er werd ’s middags huiszoeking gedaan of iedereen zich wel gemeld had. Toen zaten we zonder vader. Wat later kregen we bericht dat hij met een grote groep mannen uit Enschede in de buurt van Emmerich was, waar ze puin moesten ruimen. Ergens in februari 1945 is hij, met een aantal anderen, “gevlucht” en is helemaal lopend, via o.a. Varsseveld en Groenlo, thuis aangekomen: vreugde om het weerzien; wel was hij sterk vermagerd. (Maar ze hadden het in Emmerich niet echt slecht gehad.)

Nog een ander gevolg van de razzia: ook de onderwijzers van onze school waren weg (of waren ondergedoken): dus nauwelijks nog school. De enig overgebleven onderwijzeres, juffrouw Wiefkers, had een rooster gemaakt: elke klas moest op een vaste ochtend of middag op school komen, kreeg dan kort onderwijs in taal of rekenen  e.d. en….. kreeg een portie huiswerk mee naar huis. Dus we hadden nogal eens vrij!

Later, toen de strenge winter begonnen was, verviel dat, want in school was er geen verwarming meer.

Bombardement 22 maart 1945

Een prachtige voorjaarsdag.  In de middag komt een stel bommenwerpers aanvliegen en laten hun bommen vallen (ze zullen, zoals ook op 10 oktober 1943 en 22 februari 1944, wel gedacht hebben, dat ze boven een Duitse stad vlogen). De bommen sloegen vlakbij in: in de Berkenkamp, Beukinkstraat, Brinkstraat, Ledeboerstraat. In onze straat heel veel glasschade en grote schrik. Genoemde straten lagen vrijwel compleet in puin. Later horen we dat er 65 dodelijke slachtoffers zijn gevallen en 140 licht- en zwaargewonden. Onze school in de Brinkstraat, aan de zijkant grenzend aan de Beukinkstraat, kreeg ook een voltreffer.  Dus naar school gaan was er niet meer bij! Mijn 6e klas Lagere School is dus maar héél povertjes geweest.

Bevrijding 1 april 1945 en daarna.

Het was de 1e Paasdag! De laatste dagen vóór Pasen hadden we al wel gezien dat de Duitsers op de terugtocht waren en dat ze tussen Haaksbergen en Enschede flink door de Engelse en Amerikaanse jachtvliegtuigen bestookt werden. Dat konden we zien en horen als we in de richting van de Borneostraat keken. De oorlog zou voor ons niet lang meer duren.

In de middag van de 1e Paasdag werd er nog zwaar gevochten, vooral in de buurt van Station Zuid en het viaduct over de spoorlijn naar Ahaus (dat werd opgeblazen met een geweldige knal). We waren nog niet bevrijd: dus samen met een heel stel andere kinderen uit de straat mochten we de nacht schuilen in de kelder van de familie van de Weide op nr. 15. Nauwelijks geslapen van het vele schieten, maar in de ochtend werd het stil buiten: we voelden dat we bevrijd waren! Later op die dag gaan we kijken in de C.F. Klaarstraat naar die eindeloze colonnes legerauto’s en tanks en ander materieel van de Engelsen: voor hén was de oorlog nog niet voorbij!

Na wat feestelijke dagen komt het “gewone leven” langzaam weer op gang en gaan we weer naar school, alleen wel op een andere plaats.

 

Nog een paar wetenswaardigheden tot slot:

  • Na de oorlog werd het gebouw “Jeruel”  ietwat verbouwd om te gaan dienen als de hoofdvestiging van de Pianohandel Steinmann & Vierdag. In de voorgevel werden grote etalageramen aangebracht en werd het gebouw (oorspronkelijk rode baksteen) wit geschilderd.
  • Rond 1950 wordt de voormalige Confectiefabriek van gebroeders Olland het centrale magazijn en werkplaats van het Gemeentelijk Elektriciteitsbedrijf (dat daarvóór gevestigd was op een terrein tussen Zuiderhagen en van Loenshof.
  • Op het vlakke nog lege terrein (waar o.a. mijn geboortehuis had gestaan) komt in zomer 1949 een indrukwekkende loop van een kanon te liggen. Die was  door de firma Arens uit een legerdump gekocht om met dat staal in zijn bedrijf iets te gaan doen. Begin september gaan vader en zoon Arens met snijbranders aan de gang met dat kanon. Plotseling een geweldige ontploffing: er zat blijkbaar nog een granaat in! Beiden zwaar gewond naar het ziekenhuis. De loop van het kanon is opengescheurd, het achterstuk komt door de kracht van de ontploffing terecht op het dak van een woning in de Mooienhofstraat (en slaat door het dak heen)!! Kleinere stukken komen terecht in het kantoor van  Steinmann & Vierdag, recht tegenover de plek des onheils, zo weet de toen nog jonge dochter Dineke Vierdag zich te  herinneren. Het kanonrestant is daarna afgevoerd.
  • Op datzelfde terrein is later een flinke barak opgezet die diende als Jeugdafdeling van de Openbare Bibliotheek. Ook dat is een duidelijke herinnering van diezelfde dochter Vierdag. Op diverse luchtfoto’s in “Oud-Enschede vanuit de lucht” is die barak te zien, in 1960 nog.
  • Begin 50-er jaren begint de Gemeente Enschede de huizen en bedrijven in de Alsteedsestraat (trouwens ook in de nabije omgeving) te onteigenen; de bewoners en bedrijven verhuizen naar elders; de bewoners kopen of huren vervangende woonruimte ergens anders; de grote afbraak van de straat begint. Dit alles in verband met de aanleg van de “Boulevard”. De aanleg van het 1e deel (vanaf C.F. Klaarstraat tot aan de Kalanderstraat) begint in 1956 en is klaar in september/oktober van dat jaar.
  • Behalve de Alsteedsestraat verdwijnen ten behoeve van de Boulevard nogal wat andere straten in de nabij omgeving: o.a. Mooienhofstraat, Willemstraat, Schoolstraat, Diezestraat, Oranjestraat, Nassaustraat, Lindelaan, Beukinkstraat, Berkenkamp.
  • In  de voormalige Alsteedsestraat is in 1960 zo goed als alles afgebroken en verwijderd; het pand van Steinmann & Vierdag is zo ongeveer het allerlaatste dat afgebroken wordt.
  • Officieel is de Alsteedsestraat (en aangrenzende straten) per 19 augustus 1963 aan het openbaar verkeer onttrokken en dus vervallen, als uitvloeisel van het Raadsbesluit van 12-7-1954, waar het “Boulevard-plan” werd vastgesteld.

 

Zó komt er een einde aan onze straat, de Alsteedsestraat,……… en daarmee ook aan dit verhaal.

 

Bronnen van informatie:

  • Stad en land van Twente, door L.A. Stroink:  Uitgegeven door Drukkerij Smit N.V., Hengelo, 1962
  • De brand van Enschede van 7 Mei 1862 na 50 jaren herdacht, door J.J. van Deinse,  J. Beukers, C.J. Snuif, Jurr. Stroink, Dr. A. Benthem Gz; Uitgegeven door. Firma M.J. van der Loeff, Enschede; 1912
  • Platte Grond der Gemeente Enschede  door  H.P. Timmer Oud Gemeente Architect. Uitgegeven door Fa M.J. van der Loeff, Enschede; 1907
  • Enschede zoals het was. Uitgeverij Waanders te Zwolle, in samenwerking met het Stadsarchief Enschede 1997 – 1999
  • “’n Sliepsteen” afl  71, (herfst 2002) met de “Schadekaart  (van o.a. Alsteedsestraat) op

pag. 22/23.

  • Enschede. Verleden tijd; T. Wiegman. Uitgegeven door Elmar B.V. Rijswijk;  1982
  • Enschede. Een veranderende stad; J.H. van de Berg, J. van Ooyik  en T. Wiegman (in 3 delen); Uitgegeven door Uitgeverij van de Berg, Enschede. 1986
  • Oud-Enschede in 175 foto’s; Uitgegeven bij het 175 jarig bestaan van de Openbare Bibliotheek. Uitgave van Biblionet Enschede; 2003
  • Oud Enschede vanuit de lucht; Foto’s KLM Aerocarto. A.M. Roding. Uitgegeven door Slingenberg B.V. Hoogeveen; 1998
  • Enschede 1940 – 1945, T. Wiegman, Uitgegeven door Uitgeverij van de Berg, Enschede; 1985
  • Stadsarchief Enschede

 

 

 

 

20120226 Gerard Ticheler [ghbticheler@kpnmail.nl]

 

 

In n Sliepsteen nummer 108 is op pagina 24 een foto opgenomen van de DC 4 Skymaster ‘Twenthe’, waarmee in 1945 Twente werd bedankt voor het verblijf in Driene dat Plesman van 1942 tot 1945 kreeg.

Vliegveld Twenthe, zaterdag 2 augustus 1945, te 3.30 uur namiddag

De ere-vlucht per KLM Douglas “Twenthe”

De Ere/vlucht per KLM Douglas “Twenthe”, voor 36 leden van het handwerkend personeel uit de Textiel- en Machine-industrie, aangeboden door de Directie van de KLM, nemen de volgende leden deel:

A. Aarninkhof (fa. Gelderman,Oldenzaal)

B. Besselink (fa. L. van Heek, Losser)

W.R. Bok (Gebr. Jannink, Enschede)

A .Bos (fa. Bos, Oldenzaal)

Dhr. Bos (Textielfabriek W. Kan)

B.A. Brand (Oldenzaalse Stoomweverij, v.h. J.H. Molkenboer)

D. Dekker(Gebrs. van Heek, Enschede)

M. Denijs (Fa. Scholten en van Heek, Enschede)

J. Ebbink (Heemaf, Hengelo)

J. Ekkels (Speelgoedindustrie, Oldenzaal)

J.H. Elferink (Fa. C.T. Stork, Hengelo)

W. Geitz, (fa. Dikkers)

H. Geuverink (PJ Blom, Enschede)

F. Groen (de Bamshoeve, Enschede)

Mej. J.L. Grefte (Spinnerij Tubantia)

H.J. Hamhuis, (Hengelose Bierbrouwerij)

J. Heideman (Gerh. Jannink en Zonen, Enschede)

F.G. Huigen(Nico ter Kuile, Enschede)

J. Kosters (Ned. Katoenspinnerij, Hengelo)

W. Krikker (de Jong en Van Dam, Hengelo

Mej. A. Leiker (Gez. Borst, Enschede)

J. Leverink (Gebrs. Stork, Hengelo)

H. Loves (S.I. Zwartz, Oldenzaal)

J. Lutke Spelberg (Rigtersbleek, Enschede)

G.J. ter maat (Hazemeijer, Hengelo)

G.J. te Merman (Spinnerij Roombeek, Enschede)

H.B.G. Nijhuis (Sanders Machinefabr. Enschede)

J. van Rijn (Lonneker Melkinr.)

Somberg (Confectiefabr. Twente, Enschede)

J. ter Steege (Tattersall & Holdsworth, Enschede)

Mej. M. Stegeman (Bierbrouwerij de klok, Enschede)

J. ten Tije (N.V. Menko, Enschede)

H. Weltevreden (Spinnerij Oosterveld, Enschede)

P. Tabbers, (N.V. Twentsche Textielmij, Enschede)

De vlucht met de KLM Douglas “Twenthe”, wordt in de aanvang van het vlieg-tournooi ondernomen.

Cover n Sliepsteen 106 zomer 2011

n Sliepsteen 106:

  • Sinds 1949 is er een toneelvereniging De Vrienschap. Het kiekje is uit 1959.
  • Juwelier Koelink zit vanaf 1895 in Enschede en vanaf 1900 in de Haverstraatpassage. Els Lurvink verhaalt van goud en mensen
  • In het huis van W.H. van Heek, vanaf 1896 aan de Hengelosestraat 98, zit vanaf 1986 een gevelsteen met een gouden olifant.
  • Het oude erve Schildkamp in de Beekhoek tussen Glanerbrug en Losser heeft een bewogen geschiedenis. Theo Kamphuis beschrijft vooral de laatste 200 jaar. Daarbij de bouw van het Olafklooster en de overgang tot Syrisch Orthodox klooster.
  • Het Menko-Eldersheimhuis aam de Tromplaan werd gebouwd door De Bazel, werd in de oorlog geconfisceerd en is Hotel Memphis geweest en nu onderkomen van IAA Architecten. Leon Brokers schreef een artikel hoofdzakelijk over de architectuur en inrichting van het huis.
  • In 1833 schreef B.W. Blijdenstein jr. een dissertatie  op ‘zakelijke overeenkomsten’. “Let altijd meer op wat mensen feitelijk willen, dan op datgene wat ze zeggen of schrijven”. B.W. Blijdenstein was de oprichter van de Twentsche Bankvereeniging.
  • In café Nijmeijer aan de Brinkstraat gaat het al drie generaties heel gezellig toe. ‘Oud-stamgast’ Ab Gellekink schreef er met verve over.
  • Er liggen nogal wat relaties tussen de textielindustrie in Haaksbergen en Enschede. Wim Nijhof zocht het uit.
  • Er zijn een aantal heel dikke stenen in Enschede. Sinds kort is er één bij op de hoek Hogelandsingen/Padangstraat.

cover 106

 

n sliepsteen 105

  •  Het hoofdartikel gaat over de komst van het ITC naar Enschede in 1971. Er zit ook een kort overzicht bij van het ITC tot 2010.
  •  De gevelsteen “Glück Auf” die vroeger bij een steenkolenhandelaar in de Stadsweide hoorde, is nu op de Bolhaar.
  •  Serviceflat Het Lindenhof blijkt op historische grond te staan. Hier was sinds 1846 steenbakkerij Römershof en vanaf 1895 de uitspanning Lindenhof. Na vele       opmerkelijke stadia in het bestaan van het café werd het in 1970 gesloopt en kwam er de serviceflat. Een artikel met veel illustraties.
  •  De straatnaam Perikweg is verbonden met de voormalige textielfabriek BATO en met Opera Forum.
  •  Het Enschedesch’ Opera- en Operette Gezelschap heeft van 1935 tot 1940 in hartelijke samenwerking met verenigingen in Gronau, vele concerten en voorstellingen  verzorgd. Pieter Herfst speelde als dirigent een belangrijke rol. In 1950 werd het Enschede’s Operette Gezelschap opgericht, de voorloper van Opera Forum.
  •  De column is dit keer over schriftjes met aantekeningen die in de oorlog bijgehouden werden. Vaak met unieke gegevens over die moeilijke tijd.
  •  De verzetszender St. Denijs heeft in de oorlog vanuit de Bolhaar zeer veel gegevens naar Engeland doorgegeven. Een artikel dat ook over verraad en tragische executies  gaat.
  •  Werner Lywancoper was 1340 een Enschedese handelaar in linnen, die een plaats op de markt in Deventer betaalde.
n sliepsteen 104 Feb 4

Gepost door H. van der Sleen in Ongecategoriseerd | Geen reactie | Wijzig

n sliepsteen 104

 n sliepsteen 104

  • De coverstory gaat over supermarkt Sanders, die na 95 jaar uit het Enschedese straatbeeld verdwijnt. Met veel foto’s wordt ingegaan op het kleine beging van bakker/kruidenier Jan Sanders aan de Deurningerstraat 37. Een voorkamerwinkel, later aan de leliestraat 103. Als de zoons mee gaan werken komt er in 1954 een zelfbedieningswinkel. In 2009 zijn er al 22 filialen.
  • In het Volkspark is een deel van het monument voor stichter Hendrik Jan van Heek uit 1874, na restauratie verkeerd om geplaatst.
  • De Vloeiweidenweg in Boekelo is genoemd naar vloeiweiden die G.J. van Heek in 1880 daar liet aanleggen en nu in het landgoed Hof te Boekel een nieuwe functie krijgen.
  • Ab Gellekink geeft jeugdherinneringen aan een boekhandel in de Korte Hengelosestraat, waar ‘onder de toonbank’ ook ‘vieze boekjes’ verkocht werden.
  • Het archief van de fabrikantenfamilies op Zonnebeek is nu volgens alle archiefregels gehuisvest.
  • Het erf Schurink werd in 1920 onteigend in verband met het aanleggen van de Lasondersingel. Hoe het er vanaf ca. 1800 toeging vertelt Herman Schurink. Op de plek van het erf kwam ook de Bamshoeve, het Rijksmuseum en het ‘klopperdorp’. Nu zijn er nog de straatnamen.
  • In kapsalon Timmers aan de Padangstraat is nu de derde generatie aan het knippen. Een verhaal over crisistijd, oorlog, tegenstellingen tussen geloofsrichtingen, de tijd van de Beatles , de afrokapsels, kappersopleidingen en de sociale factor van een kapper op het Hoogeland, die ook in de wijkraad zat.
  • Een Twents gedicht van Johan te Lintelo over het erf Roormans in Rutbeek, dat week voor het Zonnebeek en weer werd opgebouwd in Boekelo. Met drie 100 jaar oude foto’s
n sliepsteen 103 Sep 4

Gepost door H. van der Sleen in Sliepsteen | Geen reactie | Wijzig

Scanned Picture 1

Dit nummer is een singel-special met:

  • Het ontstaan van de Enschedese Singels, door Freek van der Meer en Ties Wiegman.
  • Sliepsels, een persoonlijke ervaring van Els Lurvink.
  • Singeltrauma, een persoonlijke ervaring m.b.t. een verkeersongeluk.
  • Singel-monumenten, serie foto’s van objecten en opvallende pandfragmenten, genomen langs de singels.
  • De zeepkistenrace op Brug-Zuid (1950), door Ab Gellekink.
  • De “Donderstraal op wielen”, door Gerard Koopman.
  • Atletiek op de Enschedese Singels, de estafettelopen van Sportclub Enschede en de Tubanters, door Ab Gellekink.
  • Straatnaam als spiegel van historie, de Oliemolensingel, door Robert Kemper.
  • De Singel-kerken van Enschede, door Els Lurvink, Geert Bekkering, Simon v.d. Wal, Henry Lamain en Hans Mondria.
n sliepsteen 102 Jul 3

Gepost door H. van der Sleen in Sliepsteen | Geen reactie | Wijzig

'n sliepsteen 102

  • Het pand van Dagblad Tubantia op de Oude Markt in 1900, met het voltallige personeel.
  • Honderd jaar DOS-WK. In dit lange artikel beschrijven Jan Willem Koops en Bram Nijhuis de glorieuze beginjaren van DOS (bijna landskampioen) en de vele regionale kampioenschappen. Ook het oorlogsleed en de verschillende accommodaties komen aan bod. In 1976 was Wesselerbrink één van de grootste verenigingen in Oost Nederland. In 1988 fuseerden beide verenigingen. In 2003 werd DOS-WK bijna landskampioen.
  • Twee gevelstenen gemaakt door Annie Weener, aan de Madioenstraat 19 en Roomweg 168.
  • Kolenboeren in Boekelo, door Han van Beek, beschrijft het Bedrijf van Bernard ten Hoopen (vanaf 1929), door crisis en oorlogstijd heen, tot de gasverwarming kolen overbodig maakte. Veel details uit een voorbije tijd.
  • Ab Gellekink herinnert zich in ‘Verzuiling in de Lipperkerkstraat’, hoe er in de jaren vijftig door een protestants gezin geen katholieke gebakjes gegeten mochten worden. Ook socialisten waren winkeltrouw.
  • Ger Hof geeft veel details over alle ‘Veldwachters van Lonneker’ van 1810 tot 1934. Met veel foto’s en anekdotes een zeer levendig artikel.
  • Geert Bekkering beschrijft in ‘Beroering in Broekheurne’ een juridisch proces uit 1683 van Doopsgezinde jonge textielhandelaren tegen twee boerenmeisjes, die de was bleekten.
  • De oudste Sesamstraat van Nederland ligt aan de Haven. Robert Kemper legt uit dat die straatnaam niets met TV te maken heeft, maar alles met de Scheepvaart, Expeditie, Sleepvaart en Agenturen Maatschappij.

n Sliepsteen 101 Mrt 29
cover 101

Gepost door admin in Sliepsteen | 1 Reactie | Wijzig

  • Een noodwoning van 1922 uit Glanerbrug, blijkt nog steeds te bestaan, nu
  • als schuur aan de Bultsweg.
  • Honderd jaar Sportclub Enschede door: Ab Gellekink ‘De stamvader’ van onze
    kampioenen van FC Twente maakte een roerige geschiedenis door. Van het
    Volkspark, via het Van Heekspark, kwam de club op het Diekman. Triomfen
    werden gevierd en kampioenschappen soms net gemist.
  • Roombeek herboren door: Johan Hemken. Johan fotografeerde het rampterrein
    op 14 mei 2010 en tien jaar later. De meeste plekken zijn onherkenbaar
    vernieuwd.
  • Muziekvereniging ‘Wilhelmina’ door: Astrid Meijer-Stuivenberg Wilhelmina is
    na 110 jaar het enige harmonieorkest van Glanerbrug, er waren er ooit drie.
    Op concoursen bewezen ze hun vaak zeer hoge peil.
  • Kleine monumenten (63) door: Geert Bekkering. Een gevelsteen aan de
    huisartsenpraktijk, Cort van der Lindenlaan 2 getuigt van een bombardement.
  • Enschedese radio’s in WO-2 door: Gidi Verheijen Een gedetailleerd verslag
    over het invorderen van radiotoestellen.
  • Johan Beumers, oorlogsslachtoffer door: Rien Tiehatten. Een jongeman wordt
    afgevoerd door de WA.
  • Sliepsels door: Els Lurvink over het beeld van de Joodse vrouw met haar
    dode kind.
  • Straatnaam als spiegel van de historie – Weleweg door: Robert Kemper Naar
    het landgoed de Weele

n Sliepsteen is te koop bij Boekhandel Broekhuis en Bruna-Postma in Enschede.

Tags: , , , , , , , , ,

n Sliepsteen nr. 100!Dec 23

Gepost door admin in Sliepsteen | Geen reactie | Wijzig Half december 2009 is de honderdste Sliepsteen uitgekomen.

Cover n SLiepsteen 100

Vijfentwintig jaar verantwoorde en zeer leesbare Enschedese geschiedenis is door vrijwilligers geproduceerd. Daarom is er nu ook een index op die 100 nummers, te bestellen a € 3,- + verzendkosten.

  • In de rubriek Kiek(j)es dit keer twee oude foto’s van de fabrieksschool, waarop de kleding van de leerlingen ons voor raadsels stelt.
  • Gerdie Spee zat 25 jaar in de redactie en is erg lang coördinator geweest. Ze vertelt hoe leuk, interessant en lastig dat soms was, maar het redactiewerk pakte altijd goed uit.
  • Harm Boom schreef in 1846 zijn ‘Reisportefuille’. Helaas staan daarin slechts de teksten uit de eerste twee van drie schriften met aantekeningen van zijn omzwervingen door Overijssel. Het breekt in Enschede plotseling af. Deel drie is nu opgedoken.
  • Over de Lage Bothofstraat gingen twee loopbruggen tussen fabrieksgebouwen. De herinneringen van Ab Gellekink aan die straat in ca 1950-60.
  • Café Slijterij Henny Muller in Glanerbrug, is op een zeer kunstzinnige manier afgebroken. Hoe daarbij de geschiedenis meespeelde is beschreven door Leen Fröberg.
  • Over vier kleurrijke wandborden uit het archief van de SHSEL schreef Leen Fröberg ook een artikel. Het huwelijk van Hein en Jo Sanders en het ziekenhuis St. Jozef, KTV Eibergen, TETEM Enschede en Woningcorporatie Licht en Lucht.
  • Herinneringen aan het Ribbelt worden opgehaald door Rie Muntendam-Ronde. Vooral de Resedastraat, Steenweg, Ribbelerbrinkstraat en Bremstraat.
  • Jisk Holleman beschrijft de geschiedenis van zijn huis in het Walhofspark:  Kuyperplein 64. Over bombardementen, Jodenvervolging, Klaas de Rook en het OPhO en huisarts Van Hoorn.
  • De ‘spijkers’ op de deur van Museumlaan 7 in Roombeek zijn vijftien kleine kunstwerkejes van Marie Eitink: waterwezens.
  • Mevrouw Steneker gaf vanaf  1955 lang les op de Huishoudschool in het Walhofspark. Leen Fröberg schrijft haar herinneringen op aan veel persoonlijke aandacht voor leerlingen.
  • De achtergrond van de straatnaam Ripperdastraat wordt beschreven door Robert Kemper.

n Sliepsteen is te koop bij Boekhandel Broekhuis en Bruna-Postma in Enschede.

Tags: , ,

n Sliepsteen nr. 99Okt 9

Gepost door G. Bekkering in Sliepsteen | 4 Reacties | Wijzig

Eind september 2009 is n Sliepsteen nr. 99 uitgekomen.

  • Kiekje van de Rietmolenstraat in 192499
  • Steentijd in foto, Een groot artikel van Stadsarchivaris Adrie Roding, over de vele kleine steenbakkerijtjes in Enschede, vooral in de 19e eeuw.
  • Straatnaam: Dr. H.L. Bezoen bestudeerde het Twentse dialect
  • De Binnenstadschinezen. Ab Gellekink beschrijft de Chinese restaurants vanaf 1951 in de Binnenstad: Sjang Hai, Hongkong, Indrapoera, Ou-Kiang, enz.
  • Schoenmaker Leusink repareert al 80 jaar schoenen
  • Diploma’s. Willem Wilmink schrijft over vakbekwame schoenmakers zonder diploma’s
  • Reacties van lezers: Er is nu een foto van Martha Kamp – ter Kuile, waarnaar de Marthalaan is vernoemd.
  • Een ’stinkende Schoekuem’ in 1601 En schoenmaker verplaatst in 1601 zijn looikuip naar zijn achtertuin en verontreinigt daarmee de bodem in de buurt.
  • Klein monument 61: over het leven van Gerrit Klaassen (1870-1920) en zijn grafmonument op de Oosterbegraafplaats.
  • Vooruitblik voor nummer 100, met een variatie aan artikelen, waarin wordt getoond, hoe geschiedenis ook anders kan.

n Sliepsteen is te koop bij Boekhandel Broekhuis en Bruna-Postma in Enschede.

Tags:

n Sliepsteen 98Okt 4

Gepost door G. Bekkering in Sliepsteen | Geen reactie | Wijzig

Cover n Sliepsteen 98

De nieuwste n Sliepsteen is nu verkrijgbaar.  Daarin vindt u :

  • Het kruispunt Brinkstraat-Perikweg-Spelbergsweg in 1925
  • De School- en Volksfeesten in de Zuid-Esmarke 1924-1940
  • De Vredesteinhuizen op Park Boswinkel in 1977 drie keer op 1 dag verkocht
  • De Schenkingsacten van Enschede uit 1118 en 1119
  • De Marthalaan (familie van mr. E. ter Kuile en Het Wooldrik)
  • De stadsvernieuwing: Transburg in de Bothoven bij Transvaal en Oostburg
  • Klein monument van Marie Eitink aan de Brinkstraat 253

n Sliepsteen is te koop bij Boekhandel Broekhuis en Bruna-Postma in Enschede.

Tags: , , , , ,